Liters sperma gratis pje

liters sperma gratis pje

Beschrijf de verschillende fasen van de bevruchting van een eicel met aandacht voor de volgende begrippen: Wanneer de zaadcel na coïtus in de tuba uterina belandt, vindt capacitatie plaats. Hierbij verandert het membraan van de zaadcel, receptoren op de kop worden gedeblokkeerd. Dit is dan ook noodzakelijk om een eicel te bereiken, en dus onmisbaar voor de bevruchting. De zaadcel komt aan bij een eicel en kan dan gemakkelijk door de corona radiatia een laagje epitheelcellen om de eicel heen komen.

Verder wordt de eicel nog omringd door de zona pellucida. Deze bestaat uit 4 eiwitten. Het eiwit ZP3 bindt aan de kop van de zaadcel. Dan initieert het eiwit een acrosoomreactie. Enzymen uit het acrosoom komen hierbij vrij en breken lokaal de zona pellucida af. De kop van de zaadcel kan dan binden aan het membraan van de eicel. Dan volgt een corticale reactie van de eicel. Hierbij versmelten granulae in de eicel met het membraan. De zona pellucida verandert door de lozing van de stoffen in de granulae.

Dit heeft de zona-reactie tot gevolg. Het ZP3 wordt gemodificeerd. Hierdoor laten alle andere gebonden zaadcellen de zona pellucida los en nieuwe kunnen er niet meer aan binden. De zaadcel en de eicel fuseren.

De kern in de kop van de zaadcel kan nu de eicel binnengaan. Er zijn nu twee voorkernen in de eicel aanwezig. Dit proces heet bevruchting of syngamie. Beschrijf de opeenvolgende differentiatiestappen tijdens de vroege embryonale ontwikkeling, dwz van zygote tot en met een 2-lagige kiemschijf, met aandacht voor de volgende begrippen: Zodra de eicel- en zaadcelkern met elkaar fuseren, is er een zygote ontstaan. Nu gaan er klievingsdelingen plaatsvinden. Dit zijn mitotische delingen, waarbij de hoeveelheid cytoplasma niet toeneemt, en dus de celgrootte van individuele cellen afneemt.

Een klompje van 16 cellen noem je een morula. Deelt het klompje daarna nog een aantal keer, dan ontstaat er een blastocyste. Deze heeft een blastulaholte, omringd met trofoblastcellen. Op één plaats stulpt een groepje cellen vanuit de trofoblast uit in de blastulaholte. Deze uitstulping heet de embryoblast. De trofoblast scheidt dan een enzym uit, waardoor de blastocyste uit de zona pellucida kan kruipen.

Dit proces heet hatching. De blastyocyste kan zich nu innestelen in de baarmoederwand. Dat proces van innesteling heet nidatie. Op dit moment bestaat de blastocyste dus nog steeds uit een blastulaholte, trofoblastcellen en embryoblastcellen. De cellen van de embryoblast splitsen zich nu op in 2 verschillende cellagen: De hypoblast staat dus in contact met de blastulaholte.

Alleen de epiblast zal bijdragen aan embryonaal weefsel. De hypoblast zal, net als de trofoblast, extra-embryonaal weefsel worden.

De trofoblastcellen differentiëren nu tot cytotrofoblastcellen of synctiotrofoblastcellen. De laatste graven zich in het endometrium van de baarmoeder.

In de epiblast ontstaat een tweede holte: Hier komt het vruchtwater in, en het embryo zal uiteindelijk door deze holte omhuld worden. De blastulaholte zal later de dooierzak worden. Beschrijf het proces van mitose en meiose. Meiose is het proces waarbij het aantal chromosomen wordt gehalveerd.

Eerst gaat een cel zijn genoom verdubbelen 4n. Tijdens de eerste meiose ontstaan uiteindelijk 2 cellen met daarin ieder 2 kopieën van paternale en maternale chromosomenparen. Tijdens de meiose I treedt dan crossingover op en sortering. In tegenstelling tot de mitose liggen de chromosomenparen niet in een vlak maar per homoloog paar. Hierna worden 2 chromosoomparen samenweggetrokken naar een nieuwe cel. Tijdens de meiose II liggen de chromosoomparen wel in een evenaarsvlak en worden de zusterchromatiden weggetrokken door de trekdraden.

Na insnoering ontstaan nu 4 haploïde cellen n met ieder 23 chromosomen. Bij vrouwen wordt de meiose echter pas voltooid na de eisprong. Wat zijn de verschillen tussen de meiose en de mitose?

Het grootste verschil tussen mitose en meiose is dat na de mitose er 2 cellen over blijven met 46 chromosomen. De gekopieerde cellen zijn dus allebei het exacte kopie van hun voorganger. Bij de meiose ontstaat vier haploïde cellen met maar 23 chromosomen.

Leg uit wanneer, waar en hoe mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen worden gevormd. Bij de mannen worden de geslachtscellen gevormd vanaf de start van de puberteit in de testis. De eerste fase hierbij is het mitotisch delen van spermatogonia stamcellen hierdoor ontstaan 4n cellen die vervolgens de meiose ingaan.

Na de meiose houdt men 4 1n-spermatiden over. Tijdens de laatste fase, spermiogenese, ontstaan de spermatozoa met alle uiterlijke kenmerken van een typerende zaadcel.

Dit laatste proces wordt sterk beïnvloed door de secretieproducten van de Sertolicellen. Bij de vrouwen worden de geslachtscellen gevormd vanaf de ontwikkeling in de baarmoeder. In de follikels vinden ontwikkelingen van de eicellen plaats.

Een primaire oöcyt blijft hangen in de meiose I profase. Nadat de meiose in de puberteit weer opgang is gekomen verdwijnt een kernmembraan en is er de mogelijkheid om na deling een secundair oöcyt te vormen met een poollichaampje dat later ten gronde zal gaan. Op welke leeftijd beginnen bij de vrouw meiotische delingen? En wanneer bij de man? Wat is het verschil in tijdsduur van de meiose? Bij vrouwen begint de eerste meiotische deling net voor of bij de geboorte.

Bij mannen begint deze bij de puberteit. De meiose bij mannen spermatogenese duurt 64 dagen. Bij vrouwen is een deel van de eerste meiotische deling vanaf het vijf maanden oude embryo.

Daarna duurt het tot de puberteit dat primaire oocyten de eerste meiotische deling compleet maken uit de diplotene fase komen. Aan het begin van de cyclus gaan de oocyten de tweede meiotische deling in en bij bevruchting is deze compleet uit de metafase. Waardoor is het totale aantal meiotische delingen die tijdens het leven plaats vinden bij man en vrouw verschillend?

Vrouwen moeten eerst een cyclus afmaken waarin dus een follikel per keer kan worden voltooid. Mannen moeten per dag nieuwe zaadcellen aanmaken. Deze sterven in hetzelfde tempo weer af en per ejaculatie zitten er gauw of meer zaadcellen bij. Hoeveel zaadcellen zijn na één volledige meiotische deling gevormd?

Non-disjunctie is wanneer bij de meiose de chromosomen niet goed uit elkaar gaan waarbij dus 1 dochtercel ontstaat met een trisomie en een dochtercel met maar 1 chromosoom.

Dit kan gebeuren dus bij de homologe orginele chromosomen maar ook bij de ontstane dochtercellen kan nondisjunctie optreden. Beschrijf de cyclische veranderingen die zich onder normale omstandigheden in het ovarium voordoen follikelrijping, ovulatie, vorming van het corpus luteum en de in samenhang daarmee optredende cyclische veranderingen in het endometrium proliferatiefase en secretiefase en van de cervix.

Alleen bij hoog genoege FSH-spiegels kan verdere rijping van de follikel plaatsvinden. Eén follikel hiervan ontwikkelt zich tot graafse preovulatoire follikel. Deze follikel is belangrijk voor de ovulatie. De follikel groeit en door een midcyclische LH-piek ontstaat een verhoging van AMP, waardoor de ovulatie plaatsvindt. Dit gebeurt 36 uur na het begin van de LH-piek.

De follikel scheurt en de oöcyt gaat eruit. Het proces van meiose wordt weer geactiveerd. De oöcyt komt in de tuba uterina, waar bevruchting kan plaatsvinden. Na 5 à 6 dagen bereikt de cel wat inmiddels is gedeeld tot een groepje cellen de uterusholte. LH is niet alleen verantwoordelijk voor finale oöcytrijping en ovulatie, maar ook voor luteïnisatie en corpusluteumvorming. Hierbij verdwijnt de basale membraan van de dominante follikel en er groeien capillairen en fibroblasten tussen granulosacellen.

Door toename van kleine en afname van grote cellen ontstaat het corpus luteum, welke wordt ondersteund door LH. Zonder zwangerschap begint het corpus luteum na 7 dagen af te sterven, wat na 14 dagen is voltooid. Oestrogeen- en progesteronspiegels dalen en er ontstaat een menstruatie. Door oestrogeen en progestagenen ontstaat de proliferatiefase van het endometrium waarbij het dikker wordt , gevolgd door de secretiefase waarin het receptief voor een embryo wordt.

Bij de menstruatie komt epitheel los. Oestrogeen zorgt voor aanmaak van oestrogeen- en progesteronreceptoren. Na de ovulatie stijgt de progesteronspiegel en de endometriumproliferatie stopt.

Daarna ondergaat het endometrium o. Op de oppervlakte komt een laag mucus van glycoproteïne MUC Deze maakt het onmogelijk dat het embryo ergens anders dan op het implantatiegebied plakt. Gebeurt er geen innesteling, dan zal het endometrium worden afgestoten. In de cervix zorgen oestrogenen voor slijmproductie, vooral kort voor de ovulatie.

Dit slijm is makkelijk penetreerbaar voor spermatozoa. Ook kunnen in de cervixcripten spermatozoa een aantal dagen overleven. Na de ovulatie wordt het slijm door progesteron taai en ondoordringbaar voor spermatozoa.

Noem de belangrijkste endocrien actieve stoffen van de hypothalame — hypofysaire gonadale — as, en beschijf hun functie. Het wordt pulsatiel afgescheiden en stimuleert synthese en afgifte van LH en FSH tenzij het continu wordt afgegeven, dan worden die juist minder afgegeven.

Stijgt tijdens folliculaire fase. Controle van follikelontwikkeling en oestrogeenproductie. Een piek induceert ovulatie. Luteïnisatie en corpus luteumvorming.

Daalt tijdens folliculaire fase door stijging van inhibine. Controle van follikelontwikkeling bij daling wordt een dominante follikel geselecteerd en oestrogeenproductie.

Proliferatie en secretiefase van endometrium. Meer oestrogeen- en progestronreceptoren. Slijmproductie vlak voor ovulatie in cervix. Ze kunnen follikelatresie induceren. Geeft endometrium juiste samenstelling voor grootste kans op innesteling. Maakt het slijm in de cervix na ovulatie taai en ondoordringbaar. Remt de hypofysaire afgifte van FSH en stimuleert lokaal E2-productie. Hoe vindt de selectie van de dominante follikel plaats uit een groeiende cohort van follikels tijdens het proces van follikelrijping in de folliculaire fase van de menstruele cyclus.

Wanneer de FSH-spiegels onder een bepaalde waarde dalen, wordt de rijpste follikel uit het cohort als dominante follikel gekozen. De gevoeligheid voor FSH-stimulering wordt bij deze follikel verhoogd, door groei- en differentiatiefactoren. LH stimuleert de aromataseactiviteit van granulosacellen van de dominante follikel. Wat verstaat men onder het twee cellen-, twee gonadotrofinen-concept. Bij dit concept zijn twee celtypen thecacellen en granulosacellen en twee gonadotrofinen LH en FSH betrokken.

Hierbij wordt de thecacel door LH gestimuleerd om cholesterol om te zetten in androsteendion en testosteron. Vervolgens worden in de granulosacellen androsteendion en testosteron omgezet in oestron en oestradiol onder invloed van FSH.

Beschrijf de betekenis van het proces van follikel atresie en geef aan a welke follikels dit lot ondergaan, en b waardoor dit proces wordt geïnduceerd. Atresie is degeneratie van follikels die niet geselecteerd zijn voor de ovulatie. Atresie van follikels vindt plaats onder invloed van een te lage FSH-waarde, waardoor de follikels niet meer door zullen rijpen. Deze follikels gaan dan in atresie, met uitzondering van de dominante follikel die gevoeliger is voor FSH-stimulatie.

Verklaar het feit dat doorgaans slechts één follikel geselecteerd wordt tijdens het proces van follikelrijping voorafgaand aan de ovulatie. Dit is om het voortbestaan van de species zoveel mogelijk te waarborgen. Eerst is er de primordiale periode, een oöcyt in rust.

Dit is de profase van de eerste meiotische deling. Hiervan zijn 7 miljoen cellen. In de 20 week van de zwangerschap. Dan worden de granulosacellen cuboïdaal en de oöcyt ondergaat geringe veranderingen. Nu heet het de primaire follikel. De granulosacellaag wordt dan meerlagig en er is een secundaire follikel ontstaan.

Deze migreert naar de medulla, waar thecacellen gevormd worden. Er ontstaat een antrum met geslachtssteroïden, gesynthetiseerd door granulosacellen. De follikel groeit sterk en wordt een tertiaire follikel. Hierna gaan die hormonen wel een belangrijke rol spelen. Beschrijf het lot van een tertiair Graafs follikel na de ovulatie, a wanneer de geövuleerde eicel wordt bevrucht en b wanneer de geövuleerde eicel niet wordt bevrucht. De granulosa- en thecacellen gaan nu lutheiniseren.

Het graafs follikel vormt nu het gele lichaam dat progesteron gaat produceren. Indien de oöcyt bevrucht wordt produceert het choriongonadotropinen die het gele lichaam onderhouden.

Atresie wordt geinduceerd door androgenen die geproduceerd worden door de thecacellen van het corpus luteum onder invloed van LH. Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de puberteit en geef de volgorde aan waarin deze optreden. Puberteitsontwikkeling omvat de groei en ontwikkeling van de gonaden en van de inwendige en uitwendige geslachtsorganen. Bij vrouwen zijn de eerste ontwikkelingen vaak die van de borsten en bij mannen zijn dat de testes die gaan groeien.

Bij de vrouwen treden daarna veranderingen op in de vulva, vagina en uterus en uiteindelijk de pubis- en okselbeharing. Ook groeit de corpus uterus, begint de vrouw cervicale slijm af te scheiden en verandert de vetverdeling op het lichaam. Bij mannen volgt de groei van de penis, de pubis- en okselbeharing en lengtegroei. Hiernaast gaan vanaf een bepaalde tijd ook de stem veranderen en de vrije vetmassa meer spieren neemt toe. Beschrijf de ontwikkelingsstadia volgens Tanner mammae en beharingspatroon.

Verdere welving van de mamma; voortgezette vergroting van de diameter van de areola; eerste duidelijke vrouwelijk mammavorm. Toenemende verafzetting; de areola vormt een secundaire verheffing boven het niveau van de borst; de verheffing zou bij ongeveer de helft van de meisjes voorkomen en soms blijven bestaan in de volwassenheid. Volwassen stadium, areola valt meestal terug in het niveau van de borst en is sterk gepigmenteerd. Eerste, nog weinig gepigmenteerde beharing, voornamelijk langs de labia.

Eerste, donkere, duidelijk gepigmenteerde en gekrulde pubesharen op de labia. Volwassen type beharing, maar oppervlakte is kleiner.

Spreiding in de breedte; type en oppervlakte van de beharing zijn volwassen. Waarom neemt bij toenemende leeftijd van de vrouw de kans op een miskraam toe? Naarmate je ouder wordt, worden je eicellen ook ouder. Wanneer deze eicellen later tot ovulatie komen, zijn ze van mindere kwaliteit en is er meer kans op aanlegstoornissen van conceptus, embryo of foetus is.

Hierdoor neemt de kans op een miskraam toe. Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de postmenopauze. Tijdens de postmenopauze is er sprake van een verminderde oestrogeenconcentratie. Dit is in verband gebracht met het optreden van onder andere osteoporose en hart- en vaatziekten. Geef de WHO classificatie van oligomenorroe of amenorroe. Geef een schatting van de frequentie van het voorkomen per categorie en beschrijf de achterliggende pathofysiologie. Bij een disbalans van de hypofyse-ovarium-as is de terugkoppeling o.

Definieer de begrippen primaire amenorroe, secundaire amenoroe en oligomenorroe. Wat is een progesteron-belastingstest en wat is de betekenis van een positieve uitslag en wat van een negatieve uitkomst. Wat zijn de vervolg onderzoeken die ingezet worden bij een negatieve uitslag.

Bij een progesteron-belastingtest vindt er een tiendaagse kuur plaats met medroxyprogesteronacetaat, 10mg dagelijks, pas te gebruiken na uitsluiten van een eventuele zwangerschap. Het doel van de test is te weten te komen of een onttrekkingsbloeding op te wekken is. Wanneer deze bloeding optreedt binnen week na het stoppen van de kuur , dan is daarmee aangetoond dat de patiënt een uterus heeft met een minstens door endogene oestrogenen gestimuleerd endometrium en een open baarmoederhalskanaal en vagina.

Bij een negatieve progesteron-belastingstest wordt de patiënt doorgestuurd naar de gynaecoloog. Beschrijf wat er aan de hand is bij PCOS poly-cysteus ovarium syndroom en wat is de behandeling van voorkeur bij kinderwens. Geef ook de vervolgbehandelingen bij kinderwens indien de initiële behandeling niet heeft geleid tot een zwangerschap. Wat is het beleid bij een PCOS patiënt zonder kinderwens?

Hierbij zijn de ovaria enigszins vergroot. Bij de voorvoegsels ex- , loco- en pro- gaat het alleen om de betekenissen «voormalig», «plaatsvervangend» en «voorstander». Voorvoegsels als anti , co, des, duo en sub komen echter doorgaans direct aan het woord vast.

Het gaat hier om de volgende veertien lettercombinaties: Deze uitgangen krijgen dus geen trema: Het is dus niet naäpen maar na-apen , niet toeëigenen maar toe-eigenen , niet zeeëgel maar zee-egel.

Een uitzondering vormen de samengestelde telwoorden; deze krijgen wel een trema: Soms is het moeilijk uit te maken of een woord een samenstelling of afleiding is. Dit geldt in het bijzonder voor woorddelen als bio- , macro-, micro- , mini-, multi- en neo-. Woorden zoals de volgende krijgen geen trema maar een streepje: Sombermans probleem, Annettes vraag, Aimés antwoord, Argentiniës economie, Kinseys onderzoek. Strijbosch' huis, Smits' gelijk, Alex' buren, Strausz' voorouders, Bush' presidentschap, Velasquez' werken.

De i wordt in deze positie geschreven als ie. Als de klank met meer dan één letter wordt weergegeven, krijgen de eerste twee letters een accentteken. Het beginsel van etymologie zie paragraaf 3.

Hier heeft de spelling in de taal van herkomst, dus de oudste schrijfwijze, de voorkeur boven een nieuwere, vernederlandste spelling. Wij schrijven niet odeklonje en sjampanje , maar eau de cologne en champagne. Het is niet kauwboi en reels maar cowboy en rails. Hieronder volgt een overzicht van enkele gangbare schrijfwijzen van klanken in uitheemse woorden. De schrijfwijze is dan eu freule of oeu oeuvre.

Aan de hand van de spelling van werkwoordsvormen kan goed gedemonstreerd worden hoe beginselen en regels werkzaam zijn in het weergeven van klanken in tekens. In hij vindt schrijven we dt volgens het beginsel van vormovereenkomst zie paragraaf 3. De t wordt geschreven vanwege de overeenkomst met hij loopt. De spelling van de werkwoordsvormen in de onvoltooid tegenwoordige tijd wordt bepaald door de overeenkomst met vormen van bijvoorbeeld het werkwoord wandelen: De stam van regelmatige werkwoorden is het hele werkwoord min -en.

Hierbij moet dan worden afgezien van de verdubbelingsregel na gedekte klinkers zie paragraaf 3. De stam van zetten is niet zett maar zet. Hetzelfde geldt voor de verenkelingsregel van vrije klinkers zie paragraaf 3.

De stam van lopen is niet lop maar loop. De stam is niet altijd gelijk aan de ik-vorm. Bij leven is de stam leev , en bij verhuizen verhuiz. Maar op grond van de regel dat de tekens v en z aan het einde van een lettergreep worden vervangen door f en s zijn de ik-vormen hier leef en verhuis zie paragraaf 4. Maar er is een aanvullende regel die zegt dat een medeklinker aan het einde van een woord niet wordt verdubbeld zie paragraaf 4. De onvoltooid verleden tijd wordt gevormd door -de n of de stemloze tegenhanger -te n achter de stam te zetten: De stemloze tegenhanger -te n komt alleen voor na stammen die eindigen op een stemloze medeklinker.

Het Nederlands kent drie stemloze plofklanken: Deze zes medeklinkers vindt men terug in de spellingwoorden 't fokschaap of 't kofschip. Als een stam eindigt op een van de medeklinkers uit deze woorden, krijgt de verleden tijd dus -te n.

De laatste letter van de stam van leven is een v, die van verhuizen een z. Weliswaar schrijven we ik leef en ik verhuis , maar dat is op grond van uitzonderingsregel [1] in paragraaf 4. Het voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden eindigt op een -d als de verleden tijd -de n heeft, en op een -t als de verleden tijd -te n heeft: Een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord wordt gespeld overeenkomstig de regels voor bijvoeglijke naamwoorden. Als het bijvoeglijk naamwoord verbogen wordt wit — witte , breed — brede , zijn de regels voor verdubbeling en verenkeling van kracht zie paragraaf 3.

Volgens de regel van vormovereenkomst is het dus ook «de gewitte muur» «de muur is gewit » en «de verbrede weg» «de weg is verbreed ». Als de medeklinker in 't kofschip zit zie paragraaf 6. Het gaat hierbij niet om de letters maar om de klanken; in finishen horen we voor de -en een sisklank.

Vergelijk her en here. Deze uitspraak-e in de stam blijft staan in de vervoeging. De dubbele medeklinker verdwijnt als de klank is vernederlandst of ook in het Nederlands voorkomt: Sommige taalgebruikers spreken in leasen een s uit, andere een z. In zulke gevallen zijn beide vervoegingen mogelijk: In deze paragraaf staan slechts enkele algemene regels waarmee in een aantal gevallen bepaald kan worden hoe naar een zelfstandig naamwoord moet worden verwezen.

Zelfstandige naamwoorden zijn mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Hieronder volgen de mogelijke verwijzingen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden.

Bij een aantal woorden is er verschil tussen het Noordnederlands en het Zuidnederlands. Sommige woorden die in Nederland een mannelijke verwijzing krijgen, hebben in Vlaanderen hun oorspronkelijk vrouwelijke verwijswoorden behouden. In Nederland zegt men: Dergelijke woorden behoren tot de categorie «vrouwelijke en mannelijke woorden».

Deze krijgen de aanduiding «de», zonder toevoeging van v. In de Woordenlijst van zijn ruim Het ging hier voornamelijk om woorden die aan andere talen zijn ontleend. Voor deze woorden is, op enkele uitzonderingen na, de voorkeurspelling van van kracht gebleven. Voor het woord elektriciteit bijvoorbeeld is de spelling electriciteit niet meer toegelaten. De woorden die na geheel of gedeeltelijk aan andere talen zijn ontleend, worden zo veel mogelijk gespeld naar analogie van reeds ontleende woorden.

De nieuwe woorden met elektr- bijvoorbeeld worden met een k gespeld. De voorkeurspelling bevatte inconsequenties. Daarom heeft de Nederlandse Taalunie in een beperkt aantal gevallen besloten om de toegelaten spelling als officiële spelling te presenteren. Het gaat hier om twee categorieën. Als een woord of woorddeel, eventueel samen met enkele andere, een uitzondering is in een reeks verwante woorden of woorddelen, wordt de spelling aangepast aan die van de meerderheid in de reeks. Vredestractaat met een c was een uitzondering in de reeks samenstellingen met traktaat en andere woorden met trakt- zoals traktant , traktatie , traktement en trakteren.

Daarom wordt de oorspronkelijke voorkeurspelling met een c vervangen door de spelling met een k: Insekt met een k is een uitzondering in de reeks woorden met het woorddeel -ect , zoals dialect , effect en object.

Daarom wordt de oorspronkelijke voorkeurspelling met een k vervangen door de spelling met een c: Als voor een bepaald woord een grote meerderheid van de taalgemeenschap niet de voorkeurspelling maar de toegelaten spelling hanteert, krijgt het woord de toegelaten spelling. Daarom is kroket nu de officiële spelling. Het spel schrijft men wel als croquet. Deze regel heeft voorrang op regel [1]. Maar omdat oktober zelden met een c geschreven wordt, blijft het oktober.

Hieronder volgt een overzicht van de woorden waarin de voorkeurspelling van niet is gevolgd. Bij het oplossen van inconsequenties is, gelet op de ministeriële richtlijnen, grote terughoudendheid betracht. De Nederlandse Taalunie heeft inconsequente spellingen gehandhaafd in die gevallen waar frequentiegegevens geen duidelijk beeld opleverden of waar verandering een nieuw probleem zou oproepen.

Naast akkoord is accorderen inconsequent. Aanpassing aan de kk zou echter het ongebruikelijke akkorderen opleveren. En aanpassing van akkoord aan de cc zou een ongebruikelijk woordbeeld opleveren in de uitdrukking het op een akkoordje gooien.

Daarom zijn akkoord en accorderen gehandhaafd. De frequentieverdelingen bij de andere gevallen met cata- of kata- leverden geen argument voor c of k. Daarom is in deze reeks de bestaande voorkeurspelling gehandhaafd. Een lettergreep is een reeks letters van een woord die in één keer kan worden uitgesproken: Een samenstelling is een combinatie van woorden die ook zelfstandig kunnen voorkomen: Een afleiding is een woord dat bestaat uit een zelfstandig voorkomend woord en een of meer niet-zelfstandig voorkomende toevoegsels: Zoekpagina De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden Direct naar inhoud Direct naar de sitenavigatie Wet- en regelgeving Zoeken Regeling.

Spellingbesluit [Regeling vervallen per Exporteer regeling U kunt kiezen in welk formaat de tekst geëxporteerd wordt. Exporteer formaat keuze TXT De tekst zal worden geleverd in een. Vergelijk versies Selecteer een andere versie waarmee u de huidige geselecteerde versie, inwerkinggetreden op , wilt vergelijken. Versievergelijk versie keuze Inwerkingtreding Selecteer een datum Keuze afdrukken regeling U kunt kiezen voor het toevoegen van de wetstechnische informatie aan de tekst.

Toevoegen van wetstechnische informatie Exclusief wetstechnische informatie Inclusief wetstechnische informatie Popup knoppen. H52, houdende voorschriften met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandse taal; De Raad van State gehoord advies van 22 mei , nr. Leidraad en woordenlijst van de Nederlandse taal [Vervallen per ] Geen andere versies. Overgang [Vervallen per ] Geen andere versies. Intrekking [Vervallen per ] Geen andere versies. Inwerkingtreding [Vervallen per ] Geen andere versies.

Citeertitel [Vervallen per ] Geen andere versies. Uitgegeven achttiende juli De Minister van Justitie, W. Inleiding [Vervallen per ] Deze Leidraad is gebaseerd op de besluitvorming in en van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie tot wijziging van de spelling.

De klanken van het Nederlands [Vervallen per ] Voor een goed begrip van de spelling is het noodzakelijk onderscheid te maken tussen klanken en letters. Klinkers [Vervallen per ] [1] Het Nederlands kent zestien klinkers. Medeklinkers [Vervallen per ] [1] Het Nederlands kent een twintigtal medeklinkers. Beginselen en regels [Vervallen per ] De spelling van het Nederlands is gebaseerd op drie beginselen en twee regels voor het verdubbelen en verenkelen van tekens. Het basisbeginsel van standaarduitspraak [Vervallen per ] Een woord wordt gespeld met de klanken die hoorbaar zijn in de standaarduitspraak van het woord.

Het beginsel van vormovereenkomst [Vervallen per ] [1] Eenzelfde woord, stam, voor- of achtervoegsel wordt zo veel mogelijk op dezelfde wijze geschreven gelijkvormigheid. Het beginsel van etymologie [Vervallen per ] In de schrijfwijze van een woord wordt rekening gehouden met historische ontwikkelingen. Regels voor verdubbeling en verenkeling [Vervallen per ] Naast de beginselen zijn nog twee regels van kracht.

Zie verder paragraaf 4. Toepassing van de beginselen en de regels [Vervallen per ] 4. Bereik van het basisbeginsel van standaarduitspraak [Vervallen per ] [1] Het basisbeginsel van standaarduitspraak houdt geen rekening met de invloed van omringende klanken. Uitzonderingen op het beginsel van vormovereenkomst [Vervallen per ] Het beginsel van vormovereenkomst kent een aantal uitzonderingen.

De etymologisch bepaalde schrijfwijze van tweeklanken [Vervallen per ] Het basisbeginsel van standaarduitspraak wordt ingeperkt door het beginsel van etymologie.

Regels voor verdubbeling en verenkeling [Vervallen per ] 4. Gedekte klinkers [Vervallen per ] [1] De verdubbelingsregel bij gedekte klinkers zie paragraaf 3.

Vrije klinkers [Vervallen per ] [1] Een uitzondering op de regel dat vrije klinkers in een gesloten lettergreep met een dubbel letterteken worden geschreven zie paragraaf 3.

Speciale kwesties [Vervallen per ] 5. De tussenletter in samenstellingen [Vervallen per ] 5. Deze n blijft behouden: Het gaat hier om de volgende typen samenstellingen. Het afbreekteken [Vervallen per ] Voor het gebruik van het afbreekteken gelden de volgende regels, in de aangegeven volgorde. Deze uitzonderingsregel geldt niet in de volgende drie gevallen. Bij regel [6] gelden twee voorwaarden. Verder gelden nog de volgende afspraken. De hoofdletter [Vervallen per ] [1] Het eerste woord van een zin krijgt een hoofdletter.

In de ochtend werd hij gebeld. Brabants, Engels, Indogermaans, Swahili. Het liggend streepje [Vervallen per ] [1] Samenstellingen met gelijkwaardige delen krijgen een streepje. Het trema [Vervallen per ] [1] Het trema wordt gebruikt in een niet-samengesteld woord deel om te voorkomen dat twee opeenvolgende klinkerletters als één klank gelezen worden.

De apostrof [Vervallen per ] [1] De apostrof wordt gebruikt bij de meervouds-s van woorden die eindigen op a, e, i, o, u of y , voorafgegaan door een medeklinkerletter of lettergreepgrens. Op grond van deze regel krijgen de volgende woorden dus geen apostrof.

A'dam, A'pen, d'r, m'n, 's morgens, onnavolgb're. Accenttekens [Vervallen per ] [1] In algemeen gangbare woorden van Franse herkomst worden de Franse accenttekens alleen gebruikt op de e: Bijzondere problemen [Vervallen per ] 6. Woorden van vreemde herkomst [Vervallen per ] Het beginsel van etymologie zie paragraaf 3. De spelling van werkwoorden [Vervallen per ] Aan de hand van de spelling van werkwoordsvormen kan goed gedemonstreerd worden hoe beginselen en regels werkzaam zijn in het weergeven van klanken in tekens.

Werkwoorden van Engelse herkomst [Vervallen per ] Voor de spelling van werkwoorden van Engelse herkomst gelden de volgende regels.

Het geslacht van zelfstandige naamwoorden [Vervallen per ] In deze paragraaf staan slechts enkele algemene regels waarmee in een aantal gevallen bepaald kan worden hoe naar een zelfstandig naamwoord moet worden verwezen.

Verwijzingen naar zelfstandige naamwoorden mannelijk m. Mannelijke woorden, «de m. Vrouwelijke woorden, «de v. Vrouwelijke en mannelijke woorden, «de» [3] Tot de woorden die zowel vrouwelijk als mannelijk zijn, behoren de volgende categorieën.

Onzijdige woorden, «het» [4] Tot de onzijdige woorden behoren de volgende categorieën. Afwijkingen van de voorkeurspelling [Vervallen per ] In de Woordenlijst van zijn ruim

..

Tantra massage aangeboden prive ontvangst bergen op zoom



liters sperma gratis pje

Beschrijf de verschillende fasen van de bevruchting van een eicel met aandacht voor de volgende begrippen: Wanneer de zaadcel na coïtus in de tuba uterina belandt, vindt capacitatie plaats. Hierbij verandert het membraan van de zaadcel, receptoren op de kop worden gedeblokkeerd.

Dit is dan ook noodzakelijk om een eicel te bereiken, en dus onmisbaar voor de bevruchting. De zaadcel komt aan bij een eicel en kan dan gemakkelijk door de corona radiatia een laagje epitheelcellen om de eicel heen komen. Verder wordt de eicel nog omringd door de zona pellucida. Deze bestaat uit 4 eiwitten. Het eiwit ZP3 bindt aan de kop van de zaadcel. Dan initieert het eiwit een acrosoomreactie. Enzymen uit het acrosoom komen hierbij vrij en breken lokaal de zona pellucida af.

De kop van de zaadcel kan dan binden aan het membraan van de eicel. Dan volgt een corticale reactie van de eicel. Hierbij versmelten granulae in de eicel met het membraan. De zona pellucida verandert door de lozing van de stoffen in de granulae. Dit heeft de zona-reactie tot gevolg. Het ZP3 wordt gemodificeerd. Hierdoor laten alle andere gebonden zaadcellen de zona pellucida los en nieuwe kunnen er niet meer aan binden. De zaadcel en de eicel fuseren.

De kern in de kop van de zaadcel kan nu de eicel binnengaan. Er zijn nu twee voorkernen in de eicel aanwezig. Dit proces heet bevruchting of syngamie. Beschrijf de opeenvolgende differentiatiestappen tijdens de vroege embryonale ontwikkeling, dwz van zygote tot en met een 2-lagige kiemschijf, met aandacht voor de volgende begrippen: Zodra de eicel- en zaadcelkern met elkaar fuseren, is er een zygote ontstaan. Nu gaan er klievingsdelingen plaatsvinden.

Dit zijn mitotische delingen, waarbij de hoeveelheid cytoplasma niet toeneemt, en dus de celgrootte van individuele cellen afneemt.

Een klompje van 16 cellen noem je een morula. Deelt het klompje daarna nog een aantal keer, dan ontstaat er een blastocyste. Deze heeft een blastulaholte, omringd met trofoblastcellen. Op één plaats stulpt een groepje cellen vanuit de trofoblast uit in de blastulaholte.

Deze uitstulping heet de embryoblast. De trofoblast scheidt dan een enzym uit, waardoor de blastocyste uit de zona pellucida kan kruipen. Dit proces heet hatching. De blastyocyste kan zich nu innestelen in de baarmoederwand. Dat proces van innesteling heet nidatie. Op dit moment bestaat de blastocyste dus nog steeds uit een blastulaholte, trofoblastcellen en embryoblastcellen.

De cellen van de embryoblast splitsen zich nu op in 2 verschillende cellagen: De hypoblast staat dus in contact met de blastulaholte. Alleen de epiblast zal bijdragen aan embryonaal weefsel. De hypoblast zal, net als de trofoblast, extra-embryonaal weefsel worden.

De trofoblastcellen differentiëren nu tot cytotrofoblastcellen of synctiotrofoblastcellen. De laatste graven zich in het endometrium van de baarmoeder. In de epiblast ontstaat een tweede holte: Hier komt het vruchtwater in, en het embryo zal uiteindelijk door deze holte omhuld worden. De blastulaholte zal later de dooierzak worden. Beschrijf het proces van mitose en meiose.

Meiose is het proces waarbij het aantal chromosomen wordt gehalveerd. Eerst gaat een cel zijn genoom verdubbelen 4n. Tijdens de eerste meiose ontstaan uiteindelijk 2 cellen met daarin ieder 2 kopieën van paternale en maternale chromosomenparen. Tijdens de meiose I treedt dan crossingover op en sortering. In tegenstelling tot de mitose liggen de chromosomenparen niet in een vlak maar per homoloog paar.

Hierna worden 2 chromosoomparen samenweggetrokken naar een nieuwe cel. Tijdens de meiose II liggen de chromosoomparen wel in een evenaarsvlak en worden de zusterchromatiden weggetrokken door de trekdraden.

Na insnoering ontstaan nu 4 haploïde cellen n met ieder 23 chromosomen. Bij vrouwen wordt de meiose echter pas voltooid na de eisprong.

Wat zijn de verschillen tussen de meiose en de mitose? Het grootste verschil tussen mitose en meiose is dat na de mitose er 2 cellen over blijven met 46 chromosomen. De gekopieerde cellen zijn dus allebei het exacte kopie van hun voorganger.

Bij de meiose ontstaat vier haploïde cellen met maar 23 chromosomen. Leg uit wanneer, waar en hoe mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen worden gevormd.

Bij de mannen worden de geslachtscellen gevormd vanaf de start van de puberteit in de testis. De eerste fase hierbij is het mitotisch delen van spermatogonia stamcellen hierdoor ontstaan 4n cellen die vervolgens de meiose ingaan.

Na de meiose houdt men 4 1n-spermatiden over. Tijdens de laatste fase, spermiogenese, ontstaan de spermatozoa met alle uiterlijke kenmerken van een typerende zaadcel. Dit laatste proces wordt sterk beïnvloed door de secretieproducten van de Sertolicellen. Bij de vrouwen worden de geslachtscellen gevormd vanaf de ontwikkeling in de baarmoeder. In de follikels vinden ontwikkelingen van de eicellen plaats.

Een primaire oöcyt blijft hangen in de meiose I profase. Nadat de meiose in de puberteit weer opgang is gekomen verdwijnt een kernmembraan en is er de mogelijkheid om na deling een secundair oöcyt te vormen met een poollichaampje dat later ten gronde zal gaan.

Op welke leeftijd beginnen bij de vrouw meiotische delingen? En wanneer bij de man? Wat is het verschil in tijdsduur van de meiose? Bij vrouwen begint de eerste meiotische deling net voor of bij de geboorte. Bij mannen begint deze bij de puberteit. De meiose bij mannen spermatogenese duurt 64 dagen.

Bij vrouwen is een deel van de eerste meiotische deling vanaf het vijf maanden oude embryo. Daarna duurt het tot de puberteit dat primaire oocyten de eerste meiotische deling compleet maken uit de diplotene fase komen.

Aan het begin van de cyclus gaan de oocyten de tweede meiotische deling in en bij bevruchting is deze compleet uit de metafase. Waardoor is het totale aantal meiotische delingen die tijdens het leven plaats vinden bij man en vrouw verschillend? Vrouwen moeten eerst een cyclus afmaken waarin dus een follikel per keer kan worden voltooid. Mannen moeten per dag nieuwe zaadcellen aanmaken. Deze sterven in hetzelfde tempo weer af en per ejaculatie zitten er gauw of meer zaadcellen bij.

Hoeveel zaadcellen zijn na één volledige meiotische deling gevormd? Non-disjunctie is wanneer bij de meiose de chromosomen niet goed uit elkaar gaan waarbij dus 1 dochtercel ontstaat met een trisomie en een dochtercel met maar 1 chromosoom.

Dit kan gebeuren dus bij de homologe orginele chromosomen maar ook bij de ontstane dochtercellen kan nondisjunctie optreden. Beschrijf de cyclische veranderingen die zich onder normale omstandigheden in het ovarium voordoen follikelrijping, ovulatie, vorming van het corpus luteum en de in samenhang daarmee optredende cyclische veranderingen in het endometrium proliferatiefase en secretiefase en van de cervix. Alleen bij hoog genoege FSH-spiegels kan verdere rijping van de follikel plaatsvinden.

Eén follikel hiervan ontwikkelt zich tot graafse preovulatoire follikel. Deze follikel is belangrijk voor de ovulatie. De follikel groeit en door een midcyclische LH-piek ontstaat een verhoging van AMP, waardoor de ovulatie plaatsvindt. Dit gebeurt 36 uur na het begin van de LH-piek. De follikel scheurt en de oöcyt gaat eruit.

Het proces van meiose wordt weer geactiveerd. De oöcyt komt in de tuba uterina, waar bevruchting kan plaatsvinden. Na 5 à 6 dagen bereikt de cel wat inmiddels is gedeeld tot een groepje cellen de uterusholte.

LH is niet alleen verantwoordelijk voor finale oöcytrijping en ovulatie, maar ook voor luteïnisatie en corpusluteumvorming. Hierbij verdwijnt de basale membraan van de dominante follikel en er groeien capillairen en fibroblasten tussen granulosacellen. Door toename van kleine en afname van grote cellen ontstaat het corpus luteum, welke wordt ondersteund door LH. Zonder zwangerschap begint het corpus luteum na 7 dagen af te sterven, wat na 14 dagen is voltooid. Oestrogeen- en progesteronspiegels dalen en er ontstaat een menstruatie.

Door oestrogeen en progestagenen ontstaat de proliferatiefase van het endometrium waarbij het dikker wordt , gevolgd door de secretiefase waarin het receptief voor een embryo wordt. Bij de menstruatie komt epitheel los.

Oestrogeen zorgt voor aanmaak van oestrogeen- en progesteronreceptoren. Na de ovulatie stijgt de progesteronspiegel en de endometriumproliferatie stopt.

Daarna ondergaat het endometrium o. Op de oppervlakte komt een laag mucus van glycoproteïne MUC Deze maakt het onmogelijk dat het embryo ergens anders dan op het implantatiegebied plakt. Gebeurt er geen innesteling, dan zal het endometrium worden afgestoten. In de cervix zorgen oestrogenen voor slijmproductie, vooral kort voor de ovulatie. Dit slijm is makkelijk penetreerbaar voor spermatozoa. Ook kunnen in de cervixcripten spermatozoa een aantal dagen overleven.

Na de ovulatie wordt het slijm door progesteron taai en ondoordringbaar voor spermatozoa. Noem de belangrijkste endocrien actieve stoffen van de hypothalame — hypofysaire gonadale — as, en beschijf hun functie. Het wordt pulsatiel afgescheiden en stimuleert synthese en afgifte van LH en FSH tenzij het continu wordt afgegeven, dan worden die juist minder afgegeven.

Stijgt tijdens folliculaire fase. Controle van follikelontwikkeling en oestrogeenproductie. Een piek induceert ovulatie. Luteïnisatie en corpus luteumvorming. Daalt tijdens folliculaire fase door stijging van inhibine.

Controle van follikelontwikkeling bij daling wordt een dominante follikel geselecteerd en oestrogeenproductie. Proliferatie en secretiefase van endometrium. Meer oestrogeen- en progestronreceptoren. Slijmproductie vlak voor ovulatie in cervix.

Ze kunnen follikelatresie induceren. Geeft endometrium juiste samenstelling voor grootste kans op innesteling. Maakt het slijm in de cervix na ovulatie taai en ondoordringbaar. Remt de hypofysaire afgifte van FSH en stimuleert lokaal E2-productie. Hoe vindt de selectie van de dominante follikel plaats uit een groeiende cohort van follikels tijdens het proces van follikelrijping in de folliculaire fase van de menstruele cyclus. Wanneer de FSH-spiegels onder een bepaalde waarde dalen, wordt de rijpste follikel uit het cohort als dominante follikel gekozen.

De gevoeligheid voor FSH-stimulering wordt bij deze follikel verhoogd, door groei- en differentiatiefactoren. LH stimuleert de aromataseactiviteit van granulosacellen van de dominante follikel. Wat verstaat men onder het twee cellen-, twee gonadotrofinen-concept. Bij dit concept zijn twee celtypen thecacellen en granulosacellen en twee gonadotrofinen LH en FSH betrokken. Hierbij wordt de thecacel door LH gestimuleerd om cholesterol om te zetten in androsteendion en testosteron.

Vervolgens worden in de granulosacellen androsteendion en testosteron omgezet in oestron en oestradiol onder invloed van FSH. Beschrijf de betekenis van het proces van follikel atresie en geef aan a welke follikels dit lot ondergaan, en b waardoor dit proces wordt geïnduceerd.

Atresie is degeneratie van follikels die niet geselecteerd zijn voor de ovulatie. Atresie van follikels vindt plaats onder invloed van een te lage FSH-waarde, waardoor de follikels niet meer door zullen rijpen. Deze follikels gaan dan in atresie, met uitzondering van de dominante follikel die gevoeliger is voor FSH-stimulatie. Verklaar het feit dat doorgaans slechts één follikel geselecteerd wordt tijdens het proces van follikelrijping voorafgaand aan de ovulatie.

Dit is om het voortbestaan van de species zoveel mogelijk te waarborgen. Eerst is er de primordiale periode, een oöcyt in rust. Dit is de profase van de eerste meiotische deling. Hiervan zijn 7 miljoen cellen. In de 20 week van de zwangerschap. Dan worden de granulosacellen cuboïdaal en de oöcyt ondergaat geringe veranderingen. Nu heet het de primaire follikel.

De granulosacellaag wordt dan meerlagig en er is een secundaire follikel ontstaan. Deze migreert naar de medulla, waar thecacellen gevormd worden. Er ontstaat een antrum met geslachtssteroïden, gesynthetiseerd door granulosacellen.

De follikel groeit sterk en wordt een tertiaire follikel. Hierna gaan die hormonen wel een belangrijke rol spelen. Beschrijf het lot van een tertiair Graafs follikel na de ovulatie, a wanneer de geövuleerde eicel wordt bevrucht en b wanneer de geövuleerde eicel niet wordt bevrucht. De granulosa- en thecacellen gaan nu lutheiniseren. Het graafs follikel vormt nu het gele lichaam dat progesteron gaat produceren.

Indien de oöcyt bevrucht wordt produceert het choriongonadotropinen die het gele lichaam onderhouden. Atresie wordt geinduceerd door androgenen die geproduceerd worden door de thecacellen van het corpus luteum onder invloed van LH. Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de puberteit en geef de volgorde aan waarin deze optreden. Puberteitsontwikkeling omvat de groei en ontwikkeling van de gonaden en van de inwendige en uitwendige geslachtsorganen.

Bij vrouwen zijn de eerste ontwikkelingen vaak die van de borsten en bij mannen zijn dat de testes die gaan groeien. Bij de vrouwen treden daarna veranderingen op in de vulva, vagina en uterus en uiteindelijk de pubis- en okselbeharing. Ook groeit de corpus uterus, begint de vrouw cervicale slijm af te scheiden en verandert de vetverdeling op het lichaam.

Bij mannen volgt de groei van de penis, de pubis- en okselbeharing en lengtegroei. Hiernaast gaan vanaf een bepaalde tijd ook de stem veranderen en de vrije vetmassa meer spieren neemt toe. Beschrijf de ontwikkelingsstadia volgens Tanner mammae en beharingspatroon. Verdere welving van de mamma; voortgezette vergroting van de diameter van de areola; eerste duidelijke vrouwelijk mammavorm.

Toenemende verafzetting; de areola vormt een secundaire verheffing boven het niveau van de borst; de verheffing zou bij ongeveer de helft van de meisjes voorkomen en soms blijven bestaan in de volwassenheid. Volwassen stadium, areola valt meestal terug in het niveau van de borst en is sterk gepigmenteerd. Eerste, nog weinig gepigmenteerde beharing, voornamelijk langs de labia. Eerste, donkere, duidelijk gepigmenteerde en gekrulde pubesharen op de labia.

Volwassen type beharing, maar oppervlakte is kleiner. Spreiding in de breedte; type en oppervlakte van de beharing zijn volwassen.

Waarom neemt bij toenemende leeftijd van de vrouw de kans op een miskraam toe? Naarmate je ouder wordt, worden je eicellen ook ouder. Wanneer deze eicellen later tot ovulatie komen, zijn ze van mindere kwaliteit en is er meer kans op aanlegstoornissen van conceptus, embryo of foetus is. Hierdoor neemt de kans op een miskraam toe. Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de postmenopauze. Tijdens de postmenopauze is er sprake van een verminderde oestrogeenconcentratie.

Dit is in verband gebracht met het optreden van onder andere osteoporose en hart- en vaatziekten. Geef de WHO classificatie van oligomenorroe of amenorroe. Geef een schatting van de frequentie van het voorkomen per categorie en beschrijf de achterliggende pathofysiologie. Bij een disbalans van de hypofyse-ovarium-as is de terugkoppeling o. Definieer de begrippen primaire amenorroe, secundaire amenoroe en oligomenorroe. Wat is een progesteron-belastingstest en wat is de betekenis van een positieve uitslag en wat van een negatieve uitkomst.

Wat zijn de vervolg onderzoeken die ingezet worden bij een negatieve uitslag. Bij een progesteron-belastingtest vindt er een tiendaagse kuur plaats met medroxyprogesteronacetaat, 10mg dagelijks, pas te gebruiken na uitsluiten van een eventuele zwangerschap. Het doel van de test is te weten te komen of een onttrekkingsbloeding op te wekken is. Wanneer deze bloeding optreedt binnen week na het stoppen van de kuur , dan is daarmee aangetoond dat de patiënt een uterus heeft met een minstens door endogene oestrogenen gestimuleerd endometrium en een open baarmoederhalskanaal en vagina.

Bij een negatieve progesteron-belastingstest wordt de patiënt doorgestuurd naar de gynaecoloog. Beschrijf wat er aan de hand is bij PCOS poly-cysteus ovarium syndroom en wat is de behandeling van voorkeur bij kinderwens. Geef ook de vervolgbehandelingen bij kinderwens indien de initiële behandeling niet heeft geleid tot een zwangerschap. Wat is het beleid bij een PCOS patiënt zonder kinderwens?

Hierbij zijn de ovaria enigszins vergroot. Bij de voorvoegsels ex- , loco- en pro- gaat het alleen om de betekenissen «voormalig», «plaatsvervangend» en «voorstander». Voorvoegsels als anti , co, des, duo en sub komen echter doorgaans direct aan het woord vast. Het gaat hier om de volgende veertien lettercombinaties: Deze uitgangen krijgen dus geen trema: Het is dus niet naäpen maar na-apen , niet toeëigenen maar toe-eigenen , niet zeeëgel maar zee-egel.

Een uitzondering vormen de samengestelde telwoorden; deze krijgen wel een trema: Soms is het moeilijk uit te maken of een woord een samenstelling of afleiding is. Dit geldt in het bijzonder voor woorddelen als bio- , macro-, micro- , mini-, multi- en neo-. Woorden zoals de volgende krijgen geen trema maar een streepje: Sombermans probleem, Annettes vraag, Aimés antwoord, Argentiniës economie, Kinseys onderzoek.

Strijbosch' huis, Smits' gelijk, Alex' buren, Strausz' voorouders, Bush' presidentschap, Velasquez' werken. De i wordt in deze positie geschreven als ie. Als de klank met meer dan één letter wordt weergegeven, krijgen de eerste twee letters een accentteken. Het beginsel van etymologie zie paragraaf 3. Hier heeft de spelling in de taal van herkomst, dus de oudste schrijfwijze, de voorkeur boven een nieuwere, vernederlandste spelling.

Wij schrijven niet odeklonje en sjampanje , maar eau de cologne en champagne. Het is niet kauwboi en reels maar cowboy en rails. Hieronder volgt een overzicht van enkele gangbare schrijfwijzen van klanken in uitheemse woorden. De schrijfwijze is dan eu freule of oeu oeuvre. Aan de hand van de spelling van werkwoordsvormen kan goed gedemonstreerd worden hoe beginselen en regels werkzaam zijn in het weergeven van klanken in tekens.

In hij vindt schrijven we dt volgens het beginsel van vormovereenkomst zie paragraaf 3. De t wordt geschreven vanwege de overeenkomst met hij loopt. De spelling van de werkwoordsvormen in de onvoltooid tegenwoordige tijd wordt bepaald door de overeenkomst met vormen van bijvoorbeeld het werkwoord wandelen: De stam van regelmatige werkwoorden is het hele werkwoord min -en.

Hierbij moet dan worden afgezien van de verdubbelingsregel na gedekte klinkers zie paragraaf 3. De stam van zetten is niet zett maar zet. Hetzelfde geldt voor de verenkelingsregel van vrije klinkers zie paragraaf 3. De stam van lopen is niet lop maar loop. De stam is niet altijd gelijk aan de ik-vorm. Bij leven is de stam leev , en bij verhuizen verhuiz. Maar op grond van de regel dat de tekens v en z aan het einde van een lettergreep worden vervangen door f en s zijn de ik-vormen hier leef en verhuis zie paragraaf 4.

Maar er is een aanvullende regel die zegt dat een medeklinker aan het einde van een woord niet wordt verdubbeld zie paragraaf 4. De onvoltooid verleden tijd wordt gevormd door -de n of de stemloze tegenhanger -te n achter de stam te zetten: De stemloze tegenhanger -te n komt alleen voor na stammen die eindigen op een stemloze medeklinker.

Het Nederlands kent drie stemloze plofklanken: Deze zes medeklinkers vindt men terug in de spellingwoorden 't fokschaap of 't kofschip. Als een stam eindigt op een van de medeklinkers uit deze woorden, krijgt de verleden tijd dus -te n. De laatste letter van de stam van leven is een v, die van verhuizen een z. Weliswaar schrijven we ik leef en ik verhuis , maar dat is op grond van uitzonderingsregel [1] in paragraaf 4.

Het voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden eindigt op een -d als de verleden tijd -de n heeft, en op een -t als de verleden tijd -te n heeft: Een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord wordt gespeld overeenkomstig de regels voor bijvoeglijke naamwoorden.

Als het bijvoeglijk naamwoord verbogen wordt wit — witte , breed — brede , zijn de regels voor verdubbeling en verenkeling van kracht zie paragraaf 3. Volgens de regel van vormovereenkomst is het dus ook «de gewitte muur» «de muur is gewit » en «de verbrede weg» «de weg is verbreed ».

Als de medeklinker in 't kofschip zit zie paragraaf 6. Het gaat hierbij niet om de letters maar om de klanken; in finishen horen we voor de -en een sisklank. Vergelijk her en here. Deze uitspraak-e in de stam blijft staan in de vervoeging. De dubbele medeklinker verdwijnt als de klank is vernederlandst of ook in het Nederlands voorkomt: Sommige taalgebruikers spreken in leasen een s uit, andere een z.

In zulke gevallen zijn beide vervoegingen mogelijk: In deze paragraaf staan slechts enkele algemene regels waarmee in een aantal gevallen bepaald kan worden hoe naar een zelfstandig naamwoord moet worden verwezen. Zelfstandige naamwoorden zijn mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Hieronder volgen de mogelijke verwijzingen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden. Bij een aantal woorden is er verschil tussen het Noordnederlands en het Zuidnederlands. Sommige woorden die in Nederland een mannelijke verwijzing krijgen, hebben in Vlaanderen hun oorspronkelijk vrouwelijke verwijswoorden behouden.

In Nederland zegt men: Dergelijke woorden behoren tot de categorie «vrouwelijke en mannelijke woorden». Deze krijgen de aanduiding «de», zonder toevoeging van v. In de Woordenlijst van zijn ruim Het ging hier voornamelijk om woorden die aan andere talen zijn ontleend. Voor deze woorden is, op enkele uitzonderingen na, de voorkeurspelling van van kracht gebleven. Voor het woord elektriciteit bijvoorbeeld is de spelling electriciteit niet meer toegelaten.

De woorden die na geheel of gedeeltelijk aan andere talen zijn ontleend, worden zo veel mogelijk gespeld naar analogie van reeds ontleende woorden. De nieuwe woorden met elektr- bijvoorbeeld worden met een k gespeld.

De voorkeurspelling bevatte inconsequenties. Daarom heeft de Nederlandse Taalunie in een beperkt aantal gevallen besloten om de toegelaten spelling als officiële spelling te presenteren. Het gaat hier om twee categorieën. Als een woord of woorddeel, eventueel samen met enkele andere, een uitzondering is in een reeks verwante woorden of woorddelen, wordt de spelling aangepast aan die van de meerderheid in de reeks.

Vredestractaat met een c was een uitzondering in de reeks samenstellingen met traktaat en andere woorden met trakt- zoals traktant , traktatie , traktement en trakteren. Daarom wordt de oorspronkelijke voorkeurspelling met een c vervangen door de spelling met een k: Insekt met een k is een uitzondering in de reeks woorden met het woorddeel -ect , zoals dialect , effect en object. Daarom wordt de oorspronkelijke voorkeurspelling met een k vervangen door de spelling met een c: Als voor een bepaald woord een grote meerderheid van de taalgemeenschap niet de voorkeurspelling maar de toegelaten spelling hanteert, krijgt het woord de toegelaten spelling.

Daarom is kroket nu de officiële spelling. Het spel schrijft men wel als croquet. Deze regel heeft voorrang op regel [1]. Maar omdat oktober zelden met een c geschreven wordt, blijft het oktober. Hieronder volgt een overzicht van de woorden waarin de voorkeurspelling van niet is gevolgd.

Bij het oplossen van inconsequenties is, gelet op de ministeriële richtlijnen, grote terughoudendheid betracht. De Nederlandse Taalunie heeft inconsequente spellingen gehandhaafd in die gevallen waar frequentiegegevens geen duidelijk beeld opleverden of waar verandering een nieuw probleem zou oproepen.

Naast akkoord is accorderen inconsequent. Aanpassing aan de kk zou echter het ongebruikelijke akkorderen opleveren. En aanpassing van akkoord aan de cc zou een ongebruikelijk woordbeeld opleveren in de uitdrukking het op een akkoordje gooien.

Daarom zijn akkoord en accorderen gehandhaafd. De frequentieverdelingen bij de andere gevallen met cata- of kata- leverden geen argument voor c of k. Daarom is in deze reeks de bestaande voorkeurspelling gehandhaafd. Een lettergreep is een reeks letters van een woord die in één keer kan worden uitgesproken: Een samenstelling is een combinatie van woorden die ook zelfstandig kunnen voorkomen: Een afleiding is een woord dat bestaat uit een zelfstandig voorkomend woord en een of meer niet-zelfstandig voorkomende toevoegsels: Zoekpagina De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden Direct naar inhoud Direct naar de sitenavigatie Wet- en regelgeving Zoeken Regeling.

Spellingbesluit [Regeling vervallen per Exporteer regeling U kunt kiezen in welk formaat de tekst geëxporteerd wordt. Exporteer formaat keuze TXT De tekst zal worden geleverd in een. Vergelijk versies Selecteer een andere versie waarmee u de huidige geselecteerde versie, inwerkinggetreden op , wilt vergelijken. Versievergelijk versie keuze Inwerkingtreding Selecteer een datum Keuze afdrukken regeling U kunt kiezen voor het toevoegen van de wetstechnische informatie aan de tekst.

Toevoegen van wetstechnische informatie Exclusief wetstechnische informatie Inclusief wetstechnische informatie Popup knoppen. H52, houdende voorschriften met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandse taal; De Raad van State gehoord advies van 22 mei , nr. Leidraad en woordenlijst van de Nederlandse taal [Vervallen per ] Geen andere versies.

Overgang [Vervallen per ] Geen andere versies. Intrekking [Vervallen per ] Geen andere versies. Inwerkingtreding [Vervallen per ] Geen andere versies. Citeertitel [Vervallen per ] Geen andere versies. Uitgegeven achttiende juli De Minister van Justitie, W. Inleiding [Vervallen per ] Deze Leidraad is gebaseerd op de besluitvorming in en van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie tot wijziging van de spelling.

De klanken van het Nederlands [Vervallen per ] Voor een goed begrip van de spelling is het noodzakelijk onderscheid te maken tussen klanken en letters. Klinkers [Vervallen per ] [1] Het Nederlands kent zestien klinkers. Medeklinkers [Vervallen per ] [1] Het Nederlands kent een twintigtal medeklinkers.

Beginselen en regels [Vervallen per ] De spelling van het Nederlands is gebaseerd op drie beginselen en twee regels voor het verdubbelen en verenkelen van tekens. Het basisbeginsel van standaarduitspraak [Vervallen per ] Een woord wordt gespeld met de klanken die hoorbaar zijn in de standaarduitspraak van het woord.

Het beginsel van vormovereenkomst [Vervallen per ] [1] Eenzelfde woord, stam, voor- of achtervoegsel wordt zo veel mogelijk op dezelfde wijze geschreven gelijkvormigheid. Het beginsel van etymologie [Vervallen per ] In de schrijfwijze van een woord wordt rekening gehouden met historische ontwikkelingen. Regels voor verdubbeling en verenkeling [Vervallen per ] Naast de beginselen zijn nog twee regels van kracht.

Zie verder paragraaf 4. Toepassing van de beginselen en de regels [Vervallen per ] 4. Bereik van het basisbeginsel van standaarduitspraak [Vervallen per ] [1] Het basisbeginsel van standaarduitspraak houdt geen rekening met de invloed van omringende klanken. Uitzonderingen op het beginsel van vormovereenkomst [Vervallen per ] Het beginsel van vormovereenkomst kent een aantal uitzonderingen.

De etymologisch bepaalde schrijfwijze van tweeklanken [Vervallen per ] Het basisbeginsel van standaarduitspraak wordt ingeperkt door het beginsel van etymologie. Regels voor verdubbeling en verenkeling [Vervallen per ] 4.

Gedekte klinkers [Vervallen per ] [1] De verdubbelingsregel bij gedekte klinkers zie paragraaf 3. Vrije klinkers [Vervallen per ] [1] Een uitzondering op de regel dat vrije klinkers in een gesloten lettergreep met een dubbel letterteken worden geschreven zie paragraaf 3. Speciale kwesties [Vervallen per ] 5.

De tussenletter in samenstellingen [Vervallen per ] 5. Deze n blijft behouden: Het gaat hier om de volgende typen samenstellingen. Het afbreekteken [Vervallen per ] Voor het gebruik van het afbreekteken gelden de volgende regels, in de aangegeven volgorde. Deze uitzonderingsregel geldt niet in de volgende drie gevallen. Bij regel [6] gelden twee voorwaarden. Verder gelden nog de volgende afspraken. De hoofdletter [Vervallen per ] [1] Het eerste woord van een zin krijgt een hoofdletter.

In de ochtend werd hij gebeld. Brabants, Engels, Indogermaans, Swahili. Het liggend streepje [Vervallen per ] [1] Samenstellingen met gelijkwaardige delen krijgen een streepje. Het trema [Vervallen per ] [1] Het trema wordt gebruikt in een niet-samengesteld woord deel om te voorkomen dat twee opeenvolgende klinkerletters als één klank gelezen worden. De apostrof [Vervallen per ] [1] De apostrof wordt gebruikt bij de meervouds-s van woorden die eindigen op a, e, i, o, u of y , voorafgegaan door een medeklinkerletter of lettergreepgrens.

Op grond van deze regel krijgen de volgende woorden dus geen apostrof. A'dam, A'pen, d'r, m'n, 's morgens, onnavolgb're. Accenttekens [Vervallen per ] [1] In algemeen gangbare woorden van Franse herkomst worden de Franse accenttekens alleen gebruikt op de e: Bijzondere problemen [Vervallen per ] 6.

Woorden van vreemde herkomst [Vervallen per ] Het beginsel van etymologie zie paragraaf 3. De spelling van werkwoorden [Vervallen per ] Aan de hand van de spelling van werkwoordsvormen kan goed gedemonstreerd worden hoe beginselen en regels werkzaam zijn in het weergeven van klanken in tekens. Werkwoorden van Engelse herkomst [Vervallen per ] Voor de spelling van werkwoorden van Engelse herkomst gelden de volgende regels. Het geslacht van zelfstandige naamwoorden [Vervallen per ] In deze paragraaf staan slechts enkele algemene regels waarmee in een aantal gevallen bepaald kan worden hoe naar een zelfstandig naamwoord moet worden verwezen.

Verwijzingen naar zelfstandige naamwoorden mannelijk m. Mannelijke woorden, «de m. Vrouwelijke woorden, «de v. Vrouwelijke en mannelijke woorden, «de» [3] Tot de woorden die zowel vrouwelijk als mannelijk zijn, behoren de volgende categorieën. Onzijdige woorden, «het» [4] Tot de onzijdige woorden behoren de volgende categorieën.

Afwijkingen van de voorkeurspelling [Vervallen per ] In de Woordenlijst van zijn ruim

..


Daarna ondergaat het endometrium o. Op de oppervlakte komt een laag mucus van glycoproteïne MUC Deze maakt het onmogelijk dat het embryo ergens anders dan op het implantatiegebied plakt. Gebeurt er geen innesteling, dan zal het endometrium worden afgestoten.

In de cervix zorgen oestrogenen voor slijmproductie, vooral kort voor de ovulatie. Dit slijm is makkelijk penetreerbaar voor spermatozoa. Ook kunnen in de cervixcripten spermatozoa een aantal dagen overleven. Na de ovulatie wordt het slijm door progesteron taai en ondoordringbaar voor spermatozoa. Noem de belangrijkste endocrien actieve stoffen van de hypothalame — hypofysaire gonadale — as, en beschijf hun functie.

Het wordt pulsatiel afgescheiden en stimuleert synthese en afgifte van LH en FSH tenzij het continu wordt afgegeven, dan worden die juist minder afgegeven. Stijgt tijdens folliculaire fase. Controle van follikelontwikkeling en oestrogeenproductie. Een piek induceert ovulatie. Luteïnisatie en corpus luteumvorming.

Daalt tijdens folliculaire fase door stijging van inhibine. Controle van follikelontwikkeling bij daling wordt een dominante follikel geselecteerd en oestrogeenproductie. Proliferatie en secretiefase van endometrium. Meer oestrogeen- en progestronreceptoren. Slijmproductie vlak voor ovulatie in cervix. Ze kunnen follikelatresie induceren. Geeft endometrium juiste samenstelling voor grootste kans op innesteling.

Maakt het slijm in de cervix na ovulatie taai en ondoordringbaar. Remt de hypofysaire afgifte van FSH en stimuleert lokaal E2-productie. Hoe vindt de selectie van de dominante follikel plaats uit een groeiende cohort van follikels tijdens het proces van follikelrijping in de folliculaire fase van de menstruele cyclus. Wanneer de FSH-spiegels onder een bepaalde waarde dalen, wordt de rijpste follikel uit het cohort als dominante follikel gekozen. De gevoeligheid voor FSH-stimulering wordt bij deze follikel verhoogd, door groei- en differentiatiefactoren.

LH stimuleert de aromataseactiviteit van granulosacellen van de dominante follikel. Wat verstaat men onder het twee cellen-, twee gonadotrofinen-concept. Bij dit concept zijn twee celtypen thecacellen en granulosacellen en twee gonadotrofinen LH en FSH betrokken.

Hierbij wordt de thecacel door LH gestimuleerd om cholesterol om te zetten in androsteendion en testosteron. Vervolgens worden in de granulosacellen androsteendion en testosteron omgezet in oestron en oestradiol onder invloed van FSH. Beschrijf de betekenis van het proces van follikel atresie en geef aan a welke follikels dit lot ondergaan, en b waardoor dit proces wordt geïnduceerd. Atresie is degeneratie van follikels die niet geselecteerd zijn voor de ovulatie.

Atresie van follikels vindt plaats onder invloed van een te lage FSH-waarde, waardoor de follikels niet meer door zullen rijpen. Deze follikels gaan dan in atresie, met uitzondering van de dominante follikel die gevoeliger is voor FSH-stimulatie.

Verklaar het feit dat doorgaans slechts één follikel geselecteerd wordt tijdens het proces van follikelrijping voorafgaand aan de ovulatie. Dit is om het voortbestaan van de species zoveel mogelijk te waarborgen. Eerst is er de primordiale periode, een oöcyt in rust.

Dit is de profase van de eerste meiotische deling. Hiervan zijn 7 miljoen cellen. In de 20 week van de zwangerschap. Dan worden de granulosacellen cuboïdaal en de oöcyt ondergaat geringe veranderingen. Nu heet het de primaire follikel. De granulosacellaag wordt dan meerlagig en er is een secundaire follikel ontstaan.

Deze migreert naar de medulla, waar thecacellen gevormd worden. Er ontstaat een antrum met geslachtssteroïden, gesynthetiseerd door granulosacellen. De follikel groeit sterk en wordt een tertiaire follikel. Hierna gaan die hormonen wel een belangrijke rol spelen. Beschrijf het lot van een tertiair Graafs follikel na de ovulatie, a wanneer de geövuleerde eicel wordt bevrucht en b wanneer de geövuleerde eicel niet wordt bevrucht.

De granulosa- en thecacellen gaan nu lutheiniseren. Het graafs follikel vormt nu het gele lichaam dat progesteron gaat produceren. Indien de oöcyt bevrucht wordt produceert het choriongonadotropinen die het gele lichaam onderhouden. Atresie wordt geinduceerd door androgenen die geproduceerd worden door de thecacellen van het corpus luteum onder invloed van LH. Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de puberteit en geef de volgorde aan waarin deze optreden.

Puberteitsontwikkeling omvat de groei en ontwikkeling van de gonaden en van de inwendige en uitwendige geslachtsorganen. Bij vrouwen zijn de eerste ontwikkelingen vaak die van de borsten en bij mannen zijn dat de testes die gaan groeien.

Bij de vrouwen treden daarna veranderingen op in de vulva, vagina en uterus en uiteindelijk de pubis- en okselbeharing. Ook groeit de corpus uterus, begint de vrouw cervicale slijm af te scheiden en verandert de vetverdeling op het lichaam. Bij mannen volgt de groei van de penis, de pubis- en okselbeharing en lengtegroei. Hiernaast gaan vanaf een bepaalde tijd ook de stem veranderen en de vrije vetmassa meer spieren neemt toe.

Beschrijf de ontwikkelingsstadia volgens Tanner mammae en beharingspatroon. Verdere welving van de mamma; voortgezette vergroting van de diameter van de areola; eerste duidelijke vrouwelijk mammavorm. Toenemende verafzetting; de areola vormt een secundaire verheffing boven het niveau van de borst; de verheffing zou bij ongeveer de helft van de meisjes voorkomen en soms blijven bestaan in de volwassenheid. Volwassen stadium, areola valt meestal terug in het niveau van de borst en is sterk gepigmenteerd.

Eerste, nog weinig gepigmenteerde beharing, voornamelijk langs de labia. Eerste, donkere, duidelijk gepigmenteerde en gekrulde pubesharen op de labia. Volwassen type beharing, maar oppervlakte is kleiner. Spreiding in de breedte; type en oppervlakte van de beharing zijn volwassen. Waarom neemt bij toenemende leeftijd van de vrouw de kans op een miskraam toe? Naarmate je ouder wordt, worden je eicellen ook ouder.

Wanneer deze eicellen later tot ovulatie komen, zijn ze van mindere kwaliteit en is er meer kans op aanlegstoornissen van conceptus, embryo of foetus is. Hierdoor neemt de kans op een miskraam toe. Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de postmenopauze. Tijdens de postmenopauze is er sprake van een verminderde oestrogeenconcentratie.

Dit is in verband gebracht met het optreden van onder andere osteoporose en hart- en vaatziekten. Geef de WHO classificatie van oligomenorroe of amenorroe. Geef een schatting van de frequentie van het voorkomen per categorie en beschrijf de achterliggende pathofysiologie. Bij een disbalans van de hypofyse-ovarium-as is de terugkoppeling o. Definieer de begrippen primaire amenorroe, secundaire amenoroe en oligomenorroe.

Wat is een progesteron-belastingstest en wat is de betekenis van een positieve uitslag en wat van een negatieve uitkomst. Wat zijn de vervolg onderzoeken die ingezet worden bij een negatieve uitslag. Bij een progesteron-belastingtest vindt er een tiendaagse kuur plaats met medroxyprogesteronacetaat, 10mg dagelijks, pas te gebruiken na uitsluiten van een eventuele zwangerschap.

Het doel van de test is te weten te komen of een onttrekkingsbloeding op te wekken is. Wanneer deze bloeding optreedt binnen week na het stoppen van de kuur , dan is daarmee aangetoond dat de patiënt een uterus heeft met een minstens door endogene oestrogenen gestimuleerd endometrium en een open baarmoederhalskanaal en vagina. Bij een negatieve progesteron-belastingstest wordt de patiënt doorgestuurd naar de gynaecoloog.

Beschrijf wat er aan de hand is bij PCOS poly-cysteus ovarium syndroom en wat is de behandeling van voorkeur bij kinderwens. Geef ook de vervolgbehandelingen bij kinderwens indien de initiële behandeling niet heeft geleid tot een zwangerschap.

Wat is het beleid bij een PCOS patiënt zonder kinderwens? Hierbij zijn de ovaria enigszins vergroot. De behandeling bestaat uit anti-oestrogenen, vaak clomifeencitraat per os.

Beschrijf wat er aan de hand is bij patiënten met gonadale dysgenesie. Patiënten met gonadale dysgenesie hebben gonaden die veranderd zijn in bindweefselstrengen de zogenaamde streak-gonaden en geen geslachtscellen bevatten.

Gonadale dysgenesie kan voorkomen bij afwijkende geslachtschromosomen waarvan de meest voorkomende het syndroom van Turner is of bij een normaal 46,XX- of 46,XY-karyotype. Twee voorbeelden van gonadale dysgenesie. Beschrijf wat er aan de hand is bij testiculaire feminisatie.

De menarche blijft bij deze vrouwen uit primaire amenorroe. Het genetische en gonadale geslacht is mannelijk. Het is een geslachtschromosomale afwijking en wordt veroorzaakt door een defecte androgeenreceptor. Er is sprake van partiële of totale ongevoeligheid van alle eindorganen voor androgenen. De ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken is vrouwelijk. De uitwendige genitaliën zijn normaal, er is een korte blindeindigende vagina, de uterus en tubae ontbreken.

De testikels bevinden zich intra-abdominaal. Beschrijf wat er aan de hand is bij het syndroom van Major-Rokitanski. De menarche blijft uit primaire amenorroe. De ovaria functioneren normaal en ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken is niet afwijkend.

Er is een aplasie van de vagina. Meestal wordt van de uterus slechts een rudimentaire rest gevonden, zonder functioneel endometrium. Definieer de begrippen primaire subfertiliteit en secundaire subfertiliteit.

Infertiliteit daarentegen is juist het het absolute onvermogen tot voortplanting zonder behandeling wat hetzelfde is als steriliteit. Subfertiliteit is het gedurende meer dan 12 maanden uitblijven van de zwangerschap bij onbeschermde, op conceptie gerichte coïtus.

Het verschil met infertiliteit is dat bij een subfertiel paar nog niet is vastgesteld dat zonder behandeling geen zwangerschap mogelijk is. Het is onder te verdelen in primair en secundair. Primaire subfertiliteit is het nog nooit zwanger geweest zijn, respectievelijk nog nooit een kind verwekt hebben.

Secundaire subfertiliteit zijn vrouwen die reeds eerder een zwangerschap hebben doorgemaakt ongeacht wat de afloop was daarvan. Beschrijf de gang van zaken bij een oriënterend fertiliteitsonderzoek OFO. Het oriënterend fertiliteitsonderzoek bevat de volgende gang van zaken. Men gaat hierbij het semen van de man analyseren, een onderzoek doen naar de menstruele cyclus en ovulatie, de luteale fase bekijken, een post-coitum test doen en kijken of er tubapathologie aanwezig is.

Aan de hand hiervan en de anamnese kan de huisarts besluiten door te verwijzen naar een gynaecoloog of hen adviseren het een tijdje aan te kijken. Noem enkele oorzaken van subfertiliteit en geef een schatting van de frequentie van voorkomen van deze oorzaken.

Bij bijna de helft van de paren met een vruchtbaarheidsstoornis is er sprake van mannelijke subfertiliteit of infertiliteit. Leeftijd komt vooral veel voor bij hoger-opeleide vrouwen Levensstijl roken, alcohol en drugs kunnen de fertiliteit aanzienlijk verlagen beroep en omgeving Men aspireert dan door een tuberculinespuit het endocervicale slijm weg. Met deze test kan men dan vervolgens de hoeveelheid slijm, de rekbaarheid of Spinnbarkeit , het aantal leukocyten en de varenvorming bepalen.

Een positieve testuitslag verkrijgt men wanneer onder een microscoop één goed progressief bewegende zaadcel per gezichtsveld aantreft. Dit sluit coïtusproblemen uit en bevestigt adequate cervixslijmkwaliteit en voldoende buffercapaciteit van het semen.

Wat zijn de belangrijkste parameters die prognostische betekenis hebben met betrekking tot de kans op een spontane zwangerschap bij een koppel waarbij na het afronden van het OFO niets bijzonders gevonden is model van Hunault. De punt die men verkrijgt worden opgeteld en zo krijgt men een score die men op de x-as terugvindt. Nu kan de cumultatieve kans op een zwangerschap afgelezen worden door via de x-as de bijbehorende y-as waarde te bepalen. Schets een voorbeeld van een cumulatieve zwangerschapscurve, berekend volgens de lifetable methode en verklaar het beloop van deze curve in relatie tot het aantal expositiecycli.

Teken een gemiddelde curve voor vrouwen van 20 jaar en vrouwen van 38 jaar. Bij elke cyclus is er een bepaalde kans om zwanger te worden. Mensen die superfertiel zijn, zullen waarschijnlijk al in één van de eerste maanden zwanger worden. Mensen die subfertiel zijn, zullen pas maanden later zwanger worden en mensen die infertiel zijn zullen dat helemaal niet worden.

Een cumulatieve zwangerschapscurve laat zien dat bij elke expositiecyclus weer wat vrouwen meer zwanger worden. Echter, na een paar maanden zijn alle superfertiele of normaal fertiele mensen zwanger, en de curve zal dan veel langzamer opklimmen.

Met de leeftijd neemt de kans op zwangerschap af. De cumulatieve zwangerschapscurve loopt dan ook anders voor vrouwen met een andere leeftijd. In onderstaand figuur is de curve weergegeven voor vrouwen van 20 en van 38 jaar, gemeten over 2 jaar met een interval van steeds 3 maanden. Geef aan wat de mogelijk negatieve invloed is van beroep en omgeving en life-style op de vruchtbaarheid. Zittend werk, strakke broeken en warme omgeving zou van negatieve invloed kunnen zijn op vruchtbaarheid van mannen.

Blootstelling aan chronisch lawaai zou bij vrouwen vruchtbaarheid kunnen verlagen. Wat zijn ovariele reserve testen: De ovariële reserve zegt iets over de kwantiteit en kwaliteit van de follikelvoorraad. Dit kan vrij accuraat worden voorspeld. Kans op zwangerschap daarentegen kan er niet goed mee worden voorspeld.

De testen worden ingezet om informatie te verkrijgen over hoe groot de kans is dat IVF zal slagen en om erachter te komen hoe lang zwangerschap nog uitgesteld kan worden. Benoem het indicatiegebied voor een expectatief beleid. De huisarts voert een expectatief beleid indien er geen sprake is van: Indien een interventie een significante kansverhoging geeft om zwanger te worden, kan ervoor gekozen worden om dit uit te voeren.

Is er geen significante kansverhoging, dan wordt en expectatief beleid gevoerd. Benoem het indicatiegebied voor intra uteriene inseminaties IUI en op welke twee manieren kan IUI worden toegepast, noem voor en nadelen van deze twee manieren.

Het indicatiegebied voor IUI is mannelijke subfertiliteit, cervixfactor: IUI in een natuurlijke cyclus: IUI in een gestimuleerde cyclus: De behandeling begint met ovariële hyperstimulatie, waardoor verscheidene follikels tegelijk tot ontwikkeling komen.

De cyclus wordt dan handmatig met medicatie gestuurd, en vlak voor de ovulatie wordt de follikelaspiratie uitgevoerd. Uit het spermamonster worden de best beweeglijke zaadcellen gehaald.

Zoek het begrip Total Fertilisation Failure op, wanneer kan dit optreden en hoe is dit te voorkomen. Bij IVF worden meerdere zaadcellen bij een eicel gebracht in de hoop dat de eicel wordt bevrucht zonder invloed van buitenaf.

Bij ICSI wordt een enkele zaadcel in een eicel ingebracht. Beschrijf de functie van de bloed-testis barrière en geef in relatie tot deze functie aan welke zijde van deze barrière de verschillende celtypen in de testis zijn gelegen. De zaadbuisjes zijn geïsoleerd van de gewone circulatie door een bloed-testisbarriere. De sertollicellen zijn dicht op elkaar verpakt door tight-junctions die samen een laag vormen. Het zaadbuisje wordt verdeeld in een buitenste bassalcompartiment waar de spermatogonia zitten en een binnenste luminaal compartiment waar meiose en spermatogenese plaatsvindt.

Transport tussen de Sertollicellen is strict gereguleerd zodat de condities in het luminale compartiment erg stabiel zijn. Functie van de bloed-testis barrière is het behouden van verschillen tussen de zaadbuisjes en het interstitieel vocht. Hij zorgt er dus voor dat er geen antigenische reactie optreedt tegen de kiemcellen.

Beschrijf de terminologie van verminderde spermakwaliteit. Noem de oorzaken van obstructieve azoospermie en non-obstructieve azoospermie. Hoe kun je de diagnose obstructieve azoospermie indirect en dus met een mate van onzekerheid en direct bevestigen met zekerheid. Na een tumor bv. Na sterilisatie of trauma. Verkregen testikel dysfunctie na bv. Ejaculaat bekijken Directe diagnose: Beschrijf de behandelopties van een paar met onvervulde kinderwens, waarbij de man een azoospermie heeft.

Reproductive health wil zeggen dat mensen de mogelijkheid hebben verantwoorde, bevredigende en veilige seks te hebben en dat ze in staat zijn zich voort te planten en vrij zijn om te bepalen wanneer en hoe vaak ze dat doen. Geef aan wat wereldwijd en in Nederland de belangrijkste problemen rond seksuele en reproductieve gezondheid zijn.

In de zin van consumptie bij rokers verlaagt dat met name de zaadkwaliteit van de man en verminderde vruchtbaarheid en intra-uterine groeiachterstand bij de vrouw. Alcoholgebruik in de vruchtbare periode is al in licht tot matig gebruik bij vrouwen schadelijk voor de kans op zwangerschap en bij de man is overdadig alcoholgebruik slecht voor de spermakwaliteit.

Bij drugsgebruik is aangetoond dat blowen leidt tot slecht sperma, heroïne een hypogonadotrope situatie kan induceren en andere harddrugs hebben een negatieve invloed op de zwangerschap en de neonaat. Geef een voorbeeld van een cumulatieve zwangerschapscurve, berekend volgens de lifetable methode en verklaar het beloop van deze curve in relatie tot het aantal expositiecycli.

Er bestaat een toenemende ongerustheid over de invloed van milieu- en beroepsfactoren op de fertiliteit van zowel man als vrouw. Sommige experts denken dat de teruggang van zaadkwaliteit komt door de grote hoeveelheid oestrogeenachtige stoffen in het milieu.

Omdat bijna altijd met een groot aantal middelen tegelijk wordt gewerkt, de mate van blootstelling zeer verschillend kan zijn etc. De kans op zwangerschap wordt aanzienlijk lager als man of vrouw roken.

Daarbij heeft roken een negatief effect op het beloop van de zwangerschap. Bij mannen heeft roken een nadelige invloed op de spermakwaliteit. Licht tot matig alcoholgebruik ten tijde van de vruchtbare periode verlaagt de kans op zwangerschap. Overdadig alcoholgebruik heeft een nadelig effect op de vruchtbaarheid van de man. Wat is de rol van de huisarts bij een koppel met een onvervulde zwangerschapswens De huisarts geeft leiding aan het oriënterende fertiliteitsonderzoek en begeleidt het koppel door het proces.

Follikelgroei en ovulatie wordt daardoor geremd. Het zorgt voor behoud van endometrium als voor een zwangerschap. H52 , het voornaamwoordelijk gebruik, het gebruik van tweede-naamvalsvormen alsmede de schrijfwijze van bastaardwoorden en van tussenklanken in samenstellingen geschieden overeenkomstig het besluit van 31 oktober Stb.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. Deze Leidraad is gebaseerd op de besluitvorming in en van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie tot wijziging van de spelling. In de Leidraad wordt alleen uitleg gegeven over spellingkwesties die onder het ministeriële besluit vallen, dus niet over bijvoorbeeld de schrijfwijze van getallen in woorden.

De behandeling van de verschillende onderdelen is zo gedetailleerd als de besluitvorming van het Comité van Ministers toelaat. Er worden bijvoorbeeld geen regels gegeven voor de schrijfwijze van samengestelde werkwoorden los of aan elkaar. Voor een goed begrip van de spelling is het noodzakelijk onderscheid te maken tussen klanken en letters. In het vervolg van deze Leidraad wordt een klank genoteerd tussen twee schuine strepen. De standaardtaal, het Algemeen Nederlands, kent een veertigtal klanken.

De klanken worden onderscheiden in klinkers en medeklinkers. Klinkers zijn klanken waarbij de lucht ongehinderd door de mond naar buiten komt: Medeklinkers zijn klanken waarbij de lucht niet ongehinderd door de mond naar buiten kan.

Verder komen vier gedekte klinkers ook voor als neusklinker in aan het Frans ontleende woorden en zijn er nog zeven «onechte tweeklanken». Met de benaming «gedekte klinkers» is bedoeld dat deze klinkers gevolgd «gedekt» worden door een medeklinker in dezelfde lettergreep 1.

De gedekte klinkers komen namelijk vrijwel alleen in gesloten lettergrepen voor, dat wil zeggen in lettergrepen die eindigen op een medeklinker: Alleen in tussenwerpsels zoals hè staat een gedekte klinker in een open lettergreep een lettergreep die eindigt op een klinker.

Vergelijk raak en raar , roek en roer. Met de benaming «vrije klinkers» is bedoeld dat ze «vrij» kunnen voorkomen, dat wil zeggen niet alleen in gesloten lettergrepen zoals koek en keus , maar ook in open lettergrepen zoals koe en keu. Deze klinker wordt ook wel sjwa genoemd. Bij zuivere tweeklanken gaat het niet om een combinatie maar om een vermenging van klinkers. De twee klinkers zijn niet apart hoorbaar. Bij onechte tweeklanken gaat het niet om een vermenging maar om een combinatie van klinkers.

De klinkers blijven apart hoorbaar. Deze worden onderverdeeld in plofklanken, wrijfklanken, neusklanken, vloeiklanken en glijklanken. Daarnaast kent het Nederlands, voornamelijk in woorden van vreemde herkomst, zes gemengde medeklinkers. De plof- en wrijfklanken worden verder onderverdeeld in stemloze en stemhebbende. Bij een stemloze medeklinker trilt de stemband niet mee, bij een stemhebbende wel.

Deze klanken worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht met een plofje uit de mond komt. Deze klanken worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan een lichte wrijving ontstaat door een vernauwing in de mondholte. Deze stemhebbende ruisklank komt alleen vóór klinkers voor. Deze worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht door de neus naar buiten komt. Deze worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht gelijkmatig langs de tong vloeit. De spelling van het Nederlands is gebaseerd op drie beginselen en twee regels voor het verdubbelen en verenkelen van tekens.

Een woord wordt gespeld met de klanken die hoorbaar zijn in de standaarduitspraak van het woord. Het Nederlands kent lope , loopm en lopen ; de standaarduitspraak is lopen. Hoewel het begrip «standaarduitspraak» niet precies gedefinieerd kan worden, geeft het in de praktijk nauwelijks problemen. Er zijn slechts weinig gevallen waarin spellingdeskundigen van mening verschillen.

Wel zijn er enkele verschillen tussen het Noordnederlands en het Zuidnederlands. In deze en soortgelijke gevallen worden beide varianten als standaard beschouwd. Het basisbeginsel van de standaarduitspraak wordt ingeperkt door de volgende twee beginselen. In ac t ie schrijven we geen s maar een t vanwege actief , enz. Op het beginsel van vormovereenkomst bestaan tal van uitzonderingen. Hier slechts enkele voorbeelden. Wij schrijven paar d vanwege paarden , maar wij schrijven geen hui z vanwege huizen of wer v vanwege werven.

In de schrijfwijze van een woord wordt rekening gehouden met historische ontwikkelingen. In hij zei horen we tweemaal dezelfde ei-klank. Vroeger verschilden deze klanken echter. Dit historische verschil is in de spelling bewaard gebleven. Volgens het beginsel van etymologie schrijft men ook r ou w advertentie en r au w kost ; vroeger verschilden deze woorden in uitspraak. Naast de beginselen zijn nog twee regels van kracht. Deze vloeien voort uit de omstandigheid dat er minder letters zijn dan klanken.

Wij hebben in feite 22 tekens. Van de 26 letters van het alfabet zijn er strikt genomen vier overbodig: Met deze 22 tekens moet ongeveer het dubbele aan klanken worden genoteerd.

Vandaar dat één letter soms wel drie klanken symboliseert, zoals in w e l e d e l of b e dst e d e. Vooral bij de notatie van klinkers is het tekort aan tekens erg groot. Het aantal tekens is uitgebreid door verdubbeling en verenkeling. Een enkele medeklinker tussen twee klinkers, waarvan de eerste gedekt is, wordt verdubbeld: Verwarring met gedekte klinkers is hier niet mogelijk omdat deze alleen in gesloten lettergrepen en enkele uitroepen voorkomen zie paragraaf 2.

Dit soort verschillen wordt in de spelling niet weergegeven. Het beginsel van vormovereenkomst kent een aantal uitzonderingen. De belangrijkste zijn de volgende. Het gaat hier onder andere om beeltenis ondanks beelden , wijselijk ondanks wijzen. Goese , Parijse , wijste , friste maar wel fietsster want hier gaat het om het achtervoegsel -ster.

In een enkel geval zijn er verschillende vormen waarop de vormovereenkomst kan worden gebaseerd, bijvoorbeeld bij woorden als lei d draad of rij d dier. Naar analogie van leiband en rijbroek wordt in deze woorden de eerste d niet geschreven.

Het basisbeginsel van standaarduitspraak wordt ingeperkt door het beginsel van etymologie. Ook nou en het persoonlijk voornaamwoord jou krijgen geen w. In de volgende woorden staat voor de ch een gedekte klinker: Het is dus spio nne n maar spio ne ren en spio na ge; vergelijk ook statio nne tje en statio ne ren.

Toch wordt hier de medeklinkerletter verdubbeld. Daarom wordt in Hilversummer de m verdubbeld en in Bussumer niet. Deze wordt met een enkel teken geschreven: Daarom staan hier niet de enkele maar de dubbele tekens: Bij afbreking is de lettergreep weer open: Zo kan onderscheid gemaakt worden tussen me en mee , ze en zee , we en wee. Deze regel geldt ook voor woorden op -ee in samenstellingen 2 en afleidingen 3: Goereese krijgt een ee vanwege Goeree , maar Canadese krijgt één e omdat het grondwoord niet eindigt op -ee.

In uitheemse woorden als farizeeër en Pyreneeën wordt de grondvorm geacht te eindigen op -ee. Uitzondering volgens het beginsel van etymologie zijn woorden als emir en fakir en het achtervoegsel -isch. Uitzondering volgens het beginsel van etymologie zijn uitheemse woorden als taxi , ski , macaroni , en Latijnse maandnamen januari , enz. Zie voor uitheemse woorden paragraaf 6. De regels zijn niet van toepassing op samenstellingen waarvan het eerste deel als afzonderlijk woord al op -en eindigt: De regels zijn evenmin van toepassing op samenstellingen met een oude naamvals-n.

Deze n blijft behouden:. Het is dus agentenuniformrokje. Het is dus ambtenarencentrale , artikelenbundel , directeurenoverleg.

In de volgende gevallen wordt geen -n- geschreven. Het eerste deel verwijst naar een persoon of zaak die in de gegeven context enig is in zijn soort: Het eerste deel heeft een versterkende betekenis en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord: Het eerste deel is een dierennaam en het tweede deel is een plantkundige aanduiding: Het eerste deel is een lichaamsdeel en het geheel is een versteende samenstelling: Een van de delen is niet meer herkenbaar als afzonderlijk woord in de oorspronkelijke betekenis: Het eerste deel is een zelfstandig naamwoord dat geen meervoud heeft: Het eerste deel is een zelfstandig naamwoord dat alleen een meervoud op -s heeft: Het eerste deel is een bijvoeglijk naamwoord: Het eerste deel is een werkwoord: Op grond van uitspraakvariatie behouden vele woorden twee gelijkwaardige spellingen.

Voor het gebruik van het afbreekteken gelden de volgende regels, in de aangegeven volgorde. Zie echter regel [3] voor samenstellingen van Griekse en Latijnse herkomst. Een tussenletter blijft bij het eerste deel. Zie echter regel [3] voor afleidingen van Griekse en Latijnse herkomst.

In deze gevallen gaat één medeklinkerletter mee naar de volgende regel. Het achtervoegsel -achtig krijgt geen medeklinkerletter mee. Het is dus geel-achtig , maar ge-lig. Het achtervoegsel -aard krijgt geen medeklinkerletter mee. Het is dus laf-aard , wreed-aard ; niettemin: Als het grondwoord eindigt op een medeklinkerletter plus st , dan gaat st mee naar de volgende regel: Uitzonderingen zijn hier de woorden op -ine en -ade: Dus niet mon-archie maar mo-narchie , niet pan-orama maar pa-norama , niet red-igeren maar re-digeren , niet re-spect maar res-pect.

Vergelijk bio-sfeer en bios-coop , trans-actie en tran-sept. Zie voor andere voorbeelden paragraaf 2. Dit geldt ook voor woorden die onderdeel zijn van een samenstelling of afleiding.

Er mag geen onwelgevormd spellingbeeld van het eerste deel ontstaan. De afbreking mag geen aanleiding geven tot een andere uitspraak, dus niet reg-lement maar re-glement , niet pis-tool maar pi-stool , niet rec-lame maar re-clame.

Het tweede deel moet uitspreekbaar blijven: De verkleiningsuitgang -kje wordt als uitspreekbaar beschouwd: De combinaties st en sp worden afgebroken na de s: De combinatie ch telt als één medeklinker: De combinatie ng telt als twee medeklinkers: Voor en na de x tussen klinkers wordt niet afgebroken, niet ex-amen maar exa-men , niet ex-otisch maar exo-tisch.

Als de zin met een apostrof of ander teken begint, krijgt het tweede woord een hoofdletter. Hare Majesteit, de Koningin, de Staatssecretaris , maar De president was oververmoeid. Het voorzetsel of lidwoord krijgt een hoofdletter als er geen naam of voorletter aan voorafgaat. In Vlaanderen behouden lidwoorden en voorzetsels van persoonsnamen altijd hun originele schrijfwijze. Jan, mevrouw De Jong, A. Dit geldt ook voor samenstellingen en afleidingen.

Regel [4a] laat enige vrijheid, omdat men van mening kan verschillen over de vraag of de persoonsnaam nog als zodanig fungeert. Deze regel is ook van toepassing op namen van hemellichamen en namen van gebouwen en vervoermiddelen. Regel [5b] laat enige vrijheid, omdat men van mening kan verschillen over de vraag of de aardrijkskundige naam nog als zodanig fungeert. Koninginnedag , Pasen maar paasnacht , Hemelvaart maar hemelvaartsdag , de Middeleeuwen maar middeleeuws , de Tweede Wereldoorlog , oudejaarsavond.

Dit geldt ook voor de aanhangers van deze stromingen. Nederlandse Spoorwegen, Comité Oranjefeesten. Volg hier de door de instantie zelf gebruikte schrijfwijze: Wel krijgt afgekorte titulatuur een kleine letter, met punt: Veelgebruikte afkortingen krijgen doorgaans kleine letters zonder punten: Afkortingen van wetten en regelingen worden echter met hoofdletters geschreven: Eerste-Kamerzitting, Rode-Kruispost , basiswoorden-boek, basis-woordenboek.

Bij de voorvoegsels ex- , loco- en pro- gaat het alleen om de betekenissen «voormalig», «plaatsvervangend» en «voorstander». Voorvoegsels als anti , co, des, duo en sub komen echter doorgaans direct aan het woord vast. Het gaat hier om de volgende veertien lettercombinaties: Deze uitgangen krijgen dus geen trema: Het is dus niet naäpen maar na-apen , niet toeëigenen maar toe-eigenen , niet zeeëgel maar zee-egel.

Een uitzondering vormen de samengestelde telwoorden; deze krijgen wel een trema: Soms is het moeilijk uit te maken of een woord een samenstelling of afleiding is. Dit geldt in het bijzonder voor woorddelen als bio- , macro-, micro- , mini-, multi- en neo-. Woorden zoals de volgende krijgen geen trema maar een streepje: Sombermans probleem, Annettes vraag, Aimés antwoord, Argentiniës economie, Kinseys onderzoek.

Strijbosch' huis, Smits' gelijk, Alex' buren, Strausz' voorouders, Bush' presidentschap, Velasquez' werken.



Shemale contact amsterdam plassex gezocht

  • Sexfeesten in nederland ik wil gebeft worden
  • Masturberen in het bos body massage sex
  • 702
  • Nl gangbang geil anal
  • WHATSAPP MEESTERES ROTTERDAM EROTISCHE MASSAGE




Huismoeder neuken priveontvangst heerenveen


De eerste fase hierbij is het mitotisch delen van spermatogonia stamcellen hierdoor ontstaan 4n cellen die vervolgens de meiose ingaan. Na de meiose houdt men 4 1n-spermatiden over. Tijdens de laatste fase, spermiogenese, ontstaan de spermatozoa met alle uiterlijke kenmerken van een typerende zaadcel.

Dit laatste proces wordt sterk beïnvloed door de secretieproducten van de Sertolicellen. Bij de vrouwen worden de geslachtscellen gevormd vanaf de ontwikkeling in de baarmoeder. In de follikels vinden ontwikkelingen van de eicellen plaats. Een primaire oöcyt blijft hangen in de meiose I profase. Nadat de meiose in de puberteit weer opgang is gekomen verdwijnt een kernmembraan en is er de mogelijkheid om na deling een secundair oöcyt te vormen met een poollichaampje dat later ten gronde zal gaan.

Op welke leeftijd beginnen bij de vrouw meiotische delingen? En wanneer bij de man? Wat is het verschil in tijdsduur van de meiose? Bij vrouwen begint de eerste meiotische deling net voor of bij de geboorte. Bij mannen begint deze bij de puberteit. De meiose bij mannen spermatogenese duurt 64 dagen.

Bij vrouwen is een deel van de eerste meiotische deling vanaf het vijf maanden oude embryo. Daarna duurt het tot de puberteit dat primaire oocyten de eerste meiotische deling compleet maken uit de diplotene fase komen. Aan het begin van de cyclus gaan de oocyten de tweede meiotische deling in en bij bevruchting is deze compleet uit de metafase. Waardoor is het totale aantal meiotische delingen die tijdens het leven plaats vinden bij man en vrouw verschillend?

Vrouwen moeten eerst een cyclus afmaken waarin dus een follikel per keer kan worden voltooid. Mannen moeten per dag nieuwe zaadcellen aanmaken. Deze sterven in hetzelfde tempo weer af en per ejaculatie zitten er gauw of meer zaadcellen bij. Hoeveel zaadcellen zijn na één volledige meiotische deling gevormd? Non-disjunctie is wanneer bij de meiose de chromosomen niet goed uit elkaar gaan waarbij dus 1 dochtercel ontstaat met een trisomie en een dochtercel met maar 1 chromosoom. Dit kan gebeuren dus bij de homologe orginele chromosomen maar ook bij de ontstane dochtercellen kan nondisjunctie optreden.

Beschrijf de cyclische veranderingen die zich onder normale omstandigheden in het ovarium voordoen follikelrijping, ovulatie, vorming van het corpus luteum en de in samenhang daarmee optredende cyclische veranderingen in het endometrium proliferatiefase en secretiefase en van de cervix.

Alleen bij hoog genoege FSH-spiegels kan verdere rijping van de follikel plaatsvinden. Eén follikel hiervan ontwikkelt zich tot graafse preovulatoire follikel. Deze follikel is belangrijk voor de ovulatie. De follikel groeit en door een midcyclische LH-piek ontstaat een verhoging van AMP, waardoor de ovulatie plaatsvindt. Dit gebeurt 36 uur na het begin van de LH-piek. De follikel scheurt en de oöcyt gaat eruit.

Het proces van meiose wordt weer geactiveerd. De oöcyt komt in de tuba uterina, waar bevruchting kan plaatsvinden. Na 5 à 6 dagen bereikt de cel wat inmiddels is gedeeld tot een groepje cellen de uterusholte. LH is niet alleen verantwoordelijk voor finale oöcytrijping en ovulatie, maar ook voor luteïnisatie en corpusluteumvorming. Hierbij verdwijnt de basale membraan van de dominante follikel en er groeien capillairen en fibroblasten tussen granulosacellen.

Door toename van kleine en afname van grote cellen ontstaat het corpus luteum, welke wordt ondersteund door LH. Zonder zwangerschap begint het corpus luteum na 7 dagen af te sterven, wat na 14 dagen is voltooid. Oestrogeen- en progesteronspiegels dalen en er ontstaat een menstruatie. Door oestrogeen en progestagenen ontstaat de proliferatiefase van het endometrium waarbij het dikker wordt , gevolgd door de secretiefase waarin het receptief voor een embryo wordt.

Bij de menstruatie komt epitheel los. Oestrogeen zorgt voor aanmaak van oestrogeen- en progesteronreceptoren. Na de ovulatie stijgt de progesteronspiegel en de endometriumproliferatie stopt. Daarna ondergaat het endometrium o. Op de oppervlakte komt een laag mucus van glycoproteïne MUC Deze maakt het onmogelijk dat het embryo ergens anders dan op het implantatiegebied plakt.

Gebeurt er geen innesteling, dan zal het endometrium worden afgestoten. In de cervix zorgen oestrogenen voor slijmproductie, vooral kort voor de ovulatie. Dit slijm is makkelijk penetreerbaar voor spermatozoa.

Ook kunnen in de cervixcripten spermatozoa een aantal dagen overleven. Na de ovulatie wordt het slijm door progesteron taai en ondoordringbaar voor spermatozoa. Noem de belangrijkste endocrien actieve stoffen van de hypothalame — hypofysaire gonadale — as, en beschijf hun functie. Het wordt pulsatiel afgescheiden en stimuleert synthese en afgifte van LH en FSH tenzij het continu wordt afgegeven, dan worden die juist minder afgegeven.

Stijgt tijdens folliculaire fase. Controle van follikelontwikkeling en oestrogeenproductie. Een piek induceert ovulatie. Luteïnisatie en corpus luteumvorming. Daalt tijdens folliculaire fase door stijging van inhibine.

Controle van follikelontwikkeling bij daling wordt een dominante follikel geselecteerd en oestrogeenproductie. Proliferatie en secretiefase van endometrium. Meer oestrogeen- en progestronreceptoren.

Slijmproductie vlak voor ovulatie in cervix. Ze kunnen follikelatresie induceren. Geeft endometrium juiste samenstelling voor grootste kans op innesteling. Maakt het slijm in de cervix na ovulatie taai en ondoordringbaar. Remt de hypofysaire afgifte van FSH en stimuleert lokaal E2-productie. Hoe vindt de selectie van de dominante follikel plaats uit een groeiende cohort van follikels tijdens het proces van follikelrijping in de folliculaire fase van de menstruele cyclus.

Wanneer de FSH-spiegels onder een bepaalde waarde dalen, wordt de rijpste follikel uit het cohort als dominante follikel gekozen. De gevoeligheid voor FSH-stimulering wordt bij deze follikel verhoogd, door groei- en differentiatiefactoren. LH stimuleert de aromataseactiviteit van granulosacellen van de dominante follikel. Wat verstaat men onder het twee cellen-, twee gonadotrofinen-concept.

Bij dit concept zijn twee celtypen thecacellen en granulosacellen en twee gonadotrofinen LH en FSH betrokken. Hierbij wordt de thecacel door LH gestimuleerd om cholesterol om te zetten in androsteendion en testosteron. Vervolgens worden in de granulosacellen androsteendion en testosteron omgezet in oestron en oestradiol onder invloed van FSH.

Beschrijf de betekenis van het proces van follikel atresie en geef aan a welke follikels dit lot ondergaan, en b waardoor dit proces wordt geïnduceerd. Atresie is degeneratie van follikels die niet geselecteerd zijn voor de ovulatie.

Atresie van follikels vindt plaats onder invloed van een te lage FSH-waarde, waardoor de follikels niet meer door zullen rijpen. Deze follikels gaan dan in atresie, met uitzondering van de dominante follikel die gevoeliger is voor FSH-stimulatie.

Verklaar het feit dat doorgaans slechts één follikel geselecteerd wordt tijdens het proces van follikelrijping voorafgaand aan de ovulatie. Dit is om het voortbestaan van de species zoveel mogelijk te waarborgen. Eerst is er de primordiale periode, een oöcyt in rust. Dit is de profase van de eerste meiotische deling. Hiervan zijn 7 miljoen cellen. In de 20 week van de zwangerschap. Dan worden de granulosacellen cuboïdaal en de oöcyt ondergaat geringe veranderingen.

Nu heet het de primaire follikel. De granulosacellaag wordt dan meerlagig en er is een secundaire follikel ontstaan. Deze migreert naar de medulla, waar thecacellen gevormd worden. Er ontstaat een antrum met geslachtssteroïden, gesynthetiseerd door granulosacellen. De follikel groeit sterk en wordt een tertiaire follikel.

Hierna gaan die hormonen wel een belangrijke rol spelen. Beschrijf het lot van een tertiair Graafs follikel na de ovulatie, a wanneer de geövuleerde eicel wordt bevrucht en b wanneer de geövuleerde eicel niet wordt bevrucht.

De granulosa- en thecacellen gaan nu lutheiniseren. Het graafs follikel vormt nu het gele lichaam dat progesteron gaat produceren. Indien de oöcyt bevrucht wordt produceert het choriongonadotropinen die het gele lichaam onderhouden.

Atresie wordt geinduceerd door androgenen die geproduceerd worden door de thecacellen van het corpus luteum onder invloed van LH.

Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de puberteit en geef de volgorde aan waarin deze optreden. Puberteitsontwikkeling omvat de groei en ontwikkeling van de gonaden en van de inwendige en uitwendige geslachtsorganen.

Bij vrouwen zijn de eerste ontwikkelingen vaak die van de borsten en bij mannen zijn dat de testes die gaan groeien. Bij de vrouwen treden daarna veranderingen op in de vulva, vagina en uterus en uiteindelijk de pubis- en okselbeharing. Ook groeit de corpus uterus, begint de vrouw cervicale slijm af te scheiden en verandert de vetverdeling op het lichaam. Bij mannen volgt de groei van de penis, de pubis- en okselbeharing en lengtegroei.

Hiernaast gaan vanaf een bepaalde tijd ook de stem veranderen en de vrije vetmassa meer spieren neemt toe. Beschrijf de ontwikkelingsstadia volgens Tanner mammae en beharingspatroon. Verdere welving van de mamma; voortgezette vergroting van de diameter van de areola; eerste duidelijke vrouwelijk mammavorm.

Toenemende verafzetting; de areola vormt een secundaire verheffing boven het niveau van de borst; de verheffing zou bij ongeveer de helft van de meisjes voorkomen en soms blijven bestaan in de volwassenheid. Volwassen stadium, areola valt meestal terug in het niveau van de borst en is sterk gepigmenteerd. Eerste, nog weinig gepigmenteerde beharing, voornamelijk langs de labia. Eerste, donkere, duidelijk gepigmenteerde en gekrulde pubesharen op de labia. Volwassen type beharing, maar oppervlakte is kleiner.

Spreiding in de breedte; type en oppervlakte van de beharing zijn volwassen. Waarom neemt bij toenemende leeftijd van de vrouw de kans op een miskraam toe? Naarmate je ouder wordt, worden je eicellen ook ouder. Wanneer deze eicellen later tot ovulatie komen, zijn ze van mindere kwaliteit en is er meer kans op aanlegstoornissen van conceptus, embryo of foetus is.

Hierdoor neemt de kans op een miskraam toe. Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de postmenopauze. Tijdens de postmenopauze is er sprake van een verminderde oestrogeenconcentratie.

Dit is in verband gebracht met het optreden van onder andere osteoporose en hart- en vaatziekten. Geef de WHO classificatie van oligomenorroe of amenorroe. Geef een schatting van de frequentie van het voorkomen per categorie en beschrijf de achterliggende pathofysiologie. Bij een disbalans van de hypofyse-ovarium-as is de terugkoppeling o. Definieer de begrippen primaire amenorroe, secundaire amenoroe en oligomenorroe. Wat is een progesteron-belastingstest en wat is de betekenis van een positieve uitslag en wat van een negatieve uitkomst.

Wat zijn de vervolg onderzoeken die ingezet worden bij een negatieve uitslag. Bij een progesteron-belastingtest vindt er een tiendaagse kuur plaats met medroxyprogesteronacetaat, 10mg dagelijks, pas te gebruiken na uitsluiten van een eventuele zwangerschap.

Het doel van de test is te weten te komen of een onttrekkingsbloeding op te wekken is. Wanneer deze bloeding optreedt binnen week na het stoppen van de kuur , dan is daarmee aangetoond dat de patiënt een uterus heeft met een minstens door endogene oestrogenen gestimuleerd endometrium en een open baarmoederhalskanaal en vagina.

Bij een negatieve progesteron-belastingstest wordt de patiënt doorgestuurd naar de gynaecoloog. Beschrijf wat er aan de hand is bij PCOS poly-cysteus ovarium syndroom en wat is de behandeling van voorkeur bij kinderwens. Geef ook de vervolgbehandelingen bij kinderwens indien de initiële behandeling niet heeft geleid tot een zwangerschap. Wat is het beleid bij een PCOS patiënt zonder kinderwens? Hierbij zijn de ovaria enigszins vergroot. De behandeling bestaat uit anti-oestrogenen, vaak clomifeencitraat per os.

Beschrijf wat er aan de hand is bij patiënten met gonadale dysgenesie. Patiënten met gonadale dysgenesie hebben gonaden die veranderd zijn in bindweefselstrengen de zogenaamde streak-gonaden en geen geslachtscellen bevatten. Gonadale dysgenesie kan voorkomen bij afwijkende geslachtschromosomen waarvan de meest voorkomende het syndroom van Turner is of bij een normaal 46,XX- of 46,XY-karyotype.

Twee voorbeelden van gonadale dysgenesie. Beschrijf wat er aan de hand is bij testiculaire feminisatie. De menarche blijft bij deze vrouwen uit primaire amenorroe. Het genetische en gonadale geslacht is mannelijk. Het is een geslachtschromosomale afwijking en wordt veroorzaakt door een defecte androgeenreceptor.

Er is sprake van partiële of totale ongevoeligheid van alle eindorganen voor androgenen. De ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken is vrouwelijk. De uitwendige genitaliën zijn normaal, er is een korte blindeindigende vagina, de uterus en tubae ontbreken.

De testikels bevinden zich intra-abdominaal. Beschrijf wat er aan de hand is bij het syndroom van Major-Rokitanski. De menarche blijft uit primaire amenorroe. De ovaria functioneren normaal en ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken is niet afwijkend. Er is een aplasie van de vagina. Meestal wordt van de uterus slechts een rudimentaire rest gevonden, zonder functioneel endometrium. Definieer de begrippen primaire subfertiliteit en secundaire subfertiliteit.

Infertiliteit daarentegen is juist het het absolute onvermogen tot voortplanting zonder behandeling wat hetzelfde is als steriliteit. Subfertiliteit is het gedurende meer dan 12 maanden uitblijven van de zwangerschap bij onbeschermde, op conceptie gerichte coïtus.

Het verschil met infertiliteit is dat bij een subfertiel paar nog niet is vastgesteld dat zonder behandeling geen zwangerschap mogelijk is. Het is onder te verdelen in primair en secundair. Primaire subfertiliteit is het nog nooit zwanger geweest zijn, respectievelijk nog nooit een kind verwekt hebben.

Secundaire subfertiliteit zijn vrouwen die reeds eerder een zwangerschap hebben doorgemaakt ongeacht wat de afloop was daarvan. Beschrijf de gang van zaken bij een oriënterend fertiliteitsonderzoek OFO. Het oriënterend fertiliteitsonderzoek bevat de volgende gang van zaken. Men gaat hierbij het semen van de man analyseren, een onderzoek doen naar de menstruele cyclus en ovulatie, de luteale fase bekijken, een post-coitum test doen en kijken of er tubapathologie aanwezig is. Aan de hand hiervan en de anamnese kan de huisarts besluiten door te verwijzen naar een gynaecoloog of hen adviseren het een tijdje aan te kijken.

Noem enkele oorzaken van subfertiliteit en geef een schatting van de frequentie van voorkomen van deze oorzaken.

Bij bijna de helft van de paren met een vruchtbaarheidsstoornis is er sprake van mannelijke subfertiliteit of infertiliteit. Leeftijd komt vooral veel voor bij hoger-opeleide vrouwen Levensstijl roken, alcohol en drugs kunnen de fertiliteit aanzienlijk verlagen beroep en omgeving Men aspireert dan door een tuberculinespuit het endocervicale slijm weg.

Met deze test kan men dan vervolgens de hoeveelheid slijm, de rekbaarheid of Spinnbarkeit , het aantal leukocyten en de varenvorming bepalen. Een positieve testuitslag verkrijgt men wanneer onder een microscoop één goed progressief bewegende zaadcel per gezichtsveld aantreft. Dit sluit coïtusproblemen uit en bevestigt adequate cervixslijmkwaliteit en voldoende buffercapaciteit van het semen. Wat zijn de belangrijkste parameters die prognostische betekenis hebben met betrekking tot de kans op een spontane zwangerschap bij een koppel waarbij na het afronden van het OFO niets bijzonders gevonden is model van Hunault.

De punt die men verkrijgt worden opgeteld en zo krijgt men een score die men op de x-as terugvindt. Nu kan de cumultatieve kans op een zwangerschap afgelezen worden door via de x-as de bijbehorende y-as waarde te bepalen.

Schets een voorbeeld van een cumulatieve zwangerschapscurve, berekend volgens de lifetable methode en verklaar het beloop van deze curve in relatie tot het aantal expositiecycli.

Teken een gemiddelde curve voor vrouwen van 20 jaar en vrouwen van 38 jaar. Bij elke cyclus is er een bepaalde kans om zwanger te worden.

Mensen die superfertiel zijn, zullen waarschijnlijk al in één van de eerste maanden zwanger worden. Mensen die subfertiel zijn, zullen pas maanden later zwanger worden en mensen die infertiel zijn zullen dat helemaal niet worden. Een cumulatieve zwangerschapscurve laat zien dat bij elke expositiecyclus weer wat vrouwen meer zwanger worden. Echter, na een paar maanden zijn alle superfertiele of normaal fertiele mensen zwanger, en de curve zal dan veel langzamer opklimmen.

Met de leeftijd neemt de kans op zwangerschap af. De cumulatieve zwangerschapscurve loopt dan ook anders voor vrouwen met een andere leeftijd. In onderstaand figuur is de curve weergegeven voor vrouwen van 20 en van 38 jaar, gemeten over 2 jaar met een interval van steeds 3 maanden. Geef aan wat de mogelijk negatieve invloed is van beroep en omgeving en life-style op de vruchtbaarheid.

Zittend werk, strakke broeken en warme omgeving zou van negatieve invloed kunnen zijn op vruchtbaarheid van mannen. Blootstelling aan chronisch lawaai zou bij vrouwen vruchtbaarheid kunnen verlagen.

Wat zijn ovariele reserve testen: De ovariële reserve zegt iets over de kwantiteit en kwaliteit van de follikelvoorraad. Dit kan vrij accuraat worden voorspeld. Kans op zwangerschap daarentegen kan er niet goed mee worden voorspeld. De testen worden ingezet om informatie te verkrijgen over hoe groot de kans is dat IVF zal slagen en om erachter te komen hoe lang zwangerschap nog uitgesteld kan worden.

Benoem het indicatiegebied voor een expectatief beleid. De huisarts voert een expectatief beleid indien er geen sprake is van: Indien een interventie een significante kansverhoging geeft om zwanger te worden, kan ervoor gekozen worden om dit uit te voeren. Deze Leidraad is gebaseerd op de besluitvorming in en van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie tot wijziging van de spelling.

In de Leidraad wordt alleen uitleg gegeven over spellingkwesties die onder het ministeriële besluit vallen, dus niet over bijvoorbeeld de schrijfwijze van getallen in woorden. De behandeling van de verschillende onderdelen is zo gedetailleerd als de besluitvorming van het Comité van Ministers toelaat.

Er worden bijvoorbeeld geen regels gegeven voor de schrijfwijze van samengestelde werkwoorden los of aan elkaar. Voor een goed begrip van de spelling is het noodzakelijk onderscheid te maken tussen klanken en letters. In het vervolg van deze Leidraad wordt een klank genoteerd tussen twee schuine strepen. De standaardtaal, het Algemeen Nederlands, kent een veertigtal klanken.

De klanken worden onderscheiden in klinkers en medeklinkers. Klinkers zijn klanken waarbij de lucht ongehinderd door de mond naar buiten komt: Medeklinkers zijn klanken waarbij de lucht niet ongehinderd door de mond naar buiten kan. Verder komen vier gedekte klinkers ook voor als neusklinker in aan het Frans ontleende woorden en zijn er nog zeven «onechte tweeklanken».

Met de benaming «gedekte klinkers» is bedoeld dat deze klinkers gevolgd «gedekt» worden door een medeklinker in dezelfde lettergreep 1. De gedekte klinkers komen namelijk vrijwel alleen in gesloten lettergrepen voor, dat wil zeggen in lettergrepen die eindigen op een medeklinker: Alleen in tussenwerpsels zoals hè staat een gedekte klinker in een open lettergreep een lettergreep die eindigt op een klinker.

Vergelijk raak en raar , roek en roer. Met de benaming «vrije klinkers» is bedoeld dat ze «vrij» kunnen voorkomen, dat wil zeggen niet alleen in gesloten lettergrepen zoals koek en keus , maar ook in open lettergrepen zoals koe en keu. Deze klinker wordt ook wel sjwa genoemd. Bij zuivere tweeklanken gaat het niet om een combinatie maar om een vermenging van klinkers.

De twee klinkers zijn niet apart hoorbaar. Bij onechte tweeklanken gaat het niet om een vermenging maar om een combinatie van klinkers. De klinkers blijven apart hoorbaar. Deze worden onderverdeeld in plofklanken, wrijfklanken, neusklanken, vloeiklanken en glijklanken.

Daarnaast kent het Nederlands, voornamelijk in woorden van vreemde herkomst, zes gemengde medeklinkers. De plof- en wrijfklanken worden verder onderverdeeld in stemloze en stemhebbende. Bij een stemloze medeklinker trilt de stemband niet mee, bij een stemhebbende wel. Deze klanken worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht met een plofje uit de mond komt.

Deze klanken worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan een lichte wrijving ontstaat door een vernauwing in de mondholte. Deze stemhebbende ruisklank komt alleen vóór klinkers voor.

Deze worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht door de neus naar buiten komt. Deze worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht gelijkmatig langs de tong vloeit. De spelling van het Nederlands is gebaseerd op drie beginselen en twee regels voor het verdubbelen en verenkelen van tekens. Een woord wordt gespeld met de klanken die hoorbaar zijn in de standaarduitspraak van het woord. Het Nederlands kent lope , loopm en lopen ; de standaarduitspraak is lopen.

Hoewel het begrip «standaarduitspraak» niet precies gedefinieerd kan worden, geeft het in de praktijk nauwelijks problemen. Er zijn slechts weinig gevallen waarin spellingdeskundigen van mening verschillen. Wel zijn er enkele verschillen tussen het Noordnederlands en het Zuidnederlands. In deze en soortgelijke gevallen worden beide varianten als standaard beschouwd. Het basisbeginsel van de standaarduitspraak wordt ingeperkt door de volgende twee beginselen.

In ac t ie schrijven we geen s maar een t vanwege actief , enz. Op het beginsel van vormovereenkomst bestaan tal van uitzonderingen. Hier slechts enkele voorbeelden. Wij schrijven paar d vanwege paarden , maar wij schrijven geen hui z vanwege huizen of wer v vanwege werven. In de schrijfwijze van een woord wordt rekening gehouden met historische ontwikkelingen.

In hij zei horen we tweemaal dezelfde ei-klank. Vroeger verschilden deze klanken echter. Dit historische verschil is in de spelling bewaard gebleven. Volgens het beginsel van etymologie schrijft men ook r ou w advertentie en r au w kost ; vroeger verschilden deze woorden in uitspraak.

Naast de beginselen zijn nog twee regels van kracht. Deze vloeien voort uit de omstandigheid dat er minder letters zijn dan klanken. Wij hebben in feite 22 tekens. Van de 26 letters van het alfabet zijn er strikt genomen vier overbodig: Met deze 22 tekens moet ongeveer het dubbele aan klanken worden genoteerd. Vandaar dat één letter soms wel drie klanken symboliseert, zoals in w e l e d e l of b e dst e d e.

Vooral bij de notatie van klinkers is het tekort aan tekens erg groot. Het aantal tekens is uitgebreid door verdubbeling en verenkeling. Een enkele medeklinker tussen twee klinkers, waarvan de eerste gedekt is, wordt verdubbeld: Verwarring met gedekte klinkers is hier niet mogelijk omdat deze alleen in gesloten lettergrepen en enkele uitroepen voorkomen zie paragraaf 2. Dit soort verschillen wordt in de spelling niet weergegeven. Het beginsel van vormovereenkomst kent een aantal uitzonderingen.

De belangrijkste zijn de volgende. Het gaat hier onder andere om beeltenis ondanks beelden , wijselijk ondanks wijzen. Goese , Parijse , wijste , friste maar wel fietsster want hier gaat het om het achtervoegsel -ster. In een enkel geval zijn er verschillende vormen waarop de vormovereenkomst kan worden gebaseerd, bijvoorbeeld bij woorden als lei d draad of rij d dier.

Naar analogie van leiband en rijbroek wordt in deze woorden de eerste d niet geschreven. Het basisbeginsel van standaarduitspraak wordt ingeperkt door het beginsel van etymologie. Ook nou en het persoonlijk voornaamwoord jou krijgen geen w.

In de volgende woorden staat voor de ch een gedekte klinker: Het is dus spio nne n maar spio ne ren en spio na ge; vergelijk ook statio nne tje en statio ne ren. Toch wordt hier de medeklinkerletter verdubbeld. Daarom wordt in Hilversummer de m verdubbeld en in Bussumer niet. Deze wordt met een enkel teken geschreven: Daarom staan hier niet de enkele maar de dubbele tekens: Bij afbreking is de lettergreep weer open: Zo kan onderscheid gemaakt worden tussen me en mee , ze en zee , we en wee.

Deze regel geldt ook voor woorden op -ee in samenstellingen 2 en afleidingen 3: Goereese krijgt een ee vanwege Goeree , maar Canadese krijgt één e omdat het grondwoord niet eindigt op -ee. In uitheemse woorden als farizeeër en Pyreneeën wordt de grondvorm geacht te eindigen op -ee.

Uitzondering volgens het beginsel van etymologie zijn woorden als emir en fakir en het achtervoegsel -isch. Uitzondering volgens het beginsel van etymologie zijn uitheemse woorden als taxi , ski , macaroni , en Latijnse maandnamen januari , enz.

Zie voor uitheemse woorden paragraaf 6. De regels zijn niet van toepassing op samenstellingen waarvan het eerste deel als afzonderlijk woord al op -en eindigt: De regels zijn evenmin van toepassing op samenstellingen met een oude naamvals-n. Deze n blijft behouden:. Het is dus agentenuniformrokje. Het is dus ambtenarencentrale , artikelenbundel , directeurenoverleg.

In de volgende gevallen wordt geen -n- geschreven. Het eerste deel verwijst naar een persoon of zaak die in de gegeven context enig is in zijn soort: Het eerste deel heeft een versterkende betekenis en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord: Het eerste deel is een dierennaam en het tweede deel is een plantkundige aanduiding: Het eerste deel is een lichaamsdeel en het geheel is een versteende samenstelling: Een van de delen is niet meer herkenbaar als afzonderlijk woord in de oorspronkelijke betekenis: Het eerste deel is een zelfstandig naamwoord dat geen meervoud heeft: Het eerste deel is een zelfstandig naamwoord dat alleen een meervoud op -s heeft: Het eerste deel is een bijvoeglijk naamwoord: Het eerste deel is een werkwoord: Op grond van uitspraakvariatie behouden vele woorden twee gelijkwaardige spellingen.

Voor het gebruik van het afbreekteken gelden de volgende regels, in de aangegeven volgorde. Zie echter regel [3] voor samenstellingen van Griekse en Latijnse herkomst. Een tussenletter blijft bij het eerste deel. Zie echter regel [3] voor afleidingen van Griekse en Latijnse herkomst. In deze gevallen gaat één medeklinkerletter mee naar de volgende regel. Het achtervoegsel -achtig krijgt geen medeklinkerletter mee. Het is dus geel-achtig , maar ge-lig. Het achtervoegsel -aard krijgt geen medeklinkerletter mee.

Het is dus laf-aard , wreed-aard ; niettemin: Als het grondwoord eindigt op een medeklinkerletter plus st , dan gaat st mee naar de volgende regel: Uitzonderingen zijn hier de woorden op -ine en -ade: Dus niet mon-archie maar mo-narchie , niet pan-orama maar pa-norama , niet red-igeren maar re-digeren , niet re-spect maar res-pect. Vergelijk bio-sfeer en bios-coop , trans-actie en tran-sept. Zie voor andere voorbeelden paragraaf 2. Dit geldt ook voor woorden die onderdeel zijn van een samenstelling of afleiding.

Er mag geen onwelgevormd spellingbeeld van het eerste deel ontstaan. De afbreking mag geen aanleiding geven tot een andere uitspraak, dus niet reg-lement maar re-glement , niet pis-tool maar pi-stool , niet rec-lame maar re-clame. Het tweede deel moet uitspreekbaar blijven: De verkleiningsuitgang -kje wordt als uitspreekbaar beschouwd: De combinaties st en sp worden afgebroken na de s: De combinatie ch telt als één medeklinker: De combinatie ng telt als twee medeklinkers: Voor en na de x tussen klinkers wordt niet afgebroken, niet ex-amen maar exa-men , niet ex-otisch maar exo-tisch.

Als de zin met een apostrof of ander teken begint, krijgt het tweede woord een hoofdletter. Hare Majesteit, de Koningin, de Staatssecretaris , maar De president was oververmoeid. Het voorzetsel of lidwoord krijgt een hoofdletter als er geen naam of voorletter aan voorafgaat. In Vlaanderen behouden lidwoorden en voorzetsels van persoonsnamen altijd hun originele schrijfwijze.

Jan, mevrouw De Jong, A. Dit geldt ook voor samenstellingen en afleidingen. Regel [4a] laat enige vrijheid, omdat men van mening kan verschillen over de vraag of de persoonsnaam nog als zodanig fungeert. Deze regel is ook van toepassing op namen van hemellichamen en namen van gebouwen en vervoermiddelen.

Regel [5b] laat enige vrijheid, omdat men van mening kan verschillen over de vraag of de aardrijkskundige naam nog als zodanig fungeert. Koninginnedag , Pasen maar paasnacht , Hemelvaart maar hemelvaartsdag , de Middeleeuwen maar middeleeuws , de Tweede Wereldoorlog , oudejaarsavond. Dit geldt ook voor de aanhangers van deze stromingen. Nederlandse Spoorwegen, Comité Oranjefeesten. Volg hier de door de instantie zelf gebruikte schrijfwijze: Wel krijgt afgekorte titulatuur een kleine letter, met punt: Veelgebruikte afkortingen krijgen doorgaans kleine letters zonder punten: Afkortingen van wetten en regelingen worden echter met hoofdletters geschreven: Eerste-Kamerzitting, Rode-Kruispost , basiswoorden-boek, basis-woordenboek.

Bij de voorvoegsels ex- , loco- en pro- gaat het alleen om de betekenissen «voormalig», «plaatsvervangend» en «voorstander». Voorvoegsels als anti , co, des, duo en sub komen echter doorgaans direct aan het woord vast.

Het gaat hier om de volgende veertien lettercombinaties: Deze uitgangen krijgen dus geen trema: Het is dus niet naäpen maar na-apen , niet toeëigenen maar toe-eigenen , niet zeeëgel maar zee-egel. Een uitzondering vormen de samengestelde telwoorden; deze krijgen wel een trema: Soms is het moeilijk uit te maken of een woord een samenstelling of afleiding is. Dit geldt in het bijzonder voor woorddelen als bio- , macro-, micro- , mini-, multi- en neo-.

Woorden zoals de volgende krijgen geen trema maar een streepje: Sombermans probleem, Annettes vraag, Aimés antwoord, Argentiniës economie, Kinseys onderzoek. Strijbosch' huis, Smits' gelijk, Alex' buren, Strausz' voorouders, Bush' presidentschap, Velasquez' werken.

De i wordt in deze positie geschreven als ie. Als de klank met meer dan één letter wordt weergegeven, krijgen de eerste twee letters een accentteken.

Sexdating voor stellen sexdate hoorn


Het is de laatste bloeding uit een endometrium dat nog is opgebouwd door een natuurlijke endogene hormonale invloed van het ovarium. Hierna is er geen menstruele cyclus meer en daalt de productie van oestrogenen.

De laatste bloeding geldt na een jaar van geen bloedingen als menopauze. Wist je dat je als JoHo lid veel gratis samenvattingen kunt downloaden voor alle grote studies? FSH en LH zorgen ook voor zaadbuisontwikkeling en testosteronproductie. De arteria hypophyseale superior komt uit in een capillair netwerk in de hypothalamus. Ze komen dan samen in venen en gaan door het infundibulum naar de adenohypofyse, waar ze weer een capillair netwerk vormen.

Hierdoor is efficiënte chemische communicatie mogelijk. Deze efficiënte communicatie gebeurt echter maar één kant op. De hypothalamus laat vooral releasing hormones en inhibiting hormones vrij. Deze reguleren de secretie van hormonen in de adenohypofyse.

Hoeveel en welke hormonen de hypothalamus aanmaakt, wordt geregeld door negatieve feedback. Bij primaire amenorroe heeft bij een vrouw nooit een menstruatie plaatsgevonden. Bij secundaire a- of oligomenorroe hebben wel eerst menstruaties plaatsgevonden. Hierbij gaat het vaak om aangeboren afwijkingen van de ovaria. Er is hypogonadotrope, hypergonadotrope en normogonadotrope amenorroe. Bij hypergonadotrope amenorroe functioneert het ovarium meestal niet.

Dit zie je bijvoorbeeld bij het Syndroom van Turner. Bij hypo- of normogonadotrope amenorroe is er meestal een hypofysair-hypothalame disfunctie. Het kan op zichzelf staan als functionele amenorroe of deel uitmaken van syndromen als polycysteusovariumsyndroom of het syndroom van Cushing.

Ook hyperprolactinemie, stressituaties of onder- of overgewicht kunnen gepaard gaan met amenorroe. Hierbij gaat het dus vaak om een verworven ovariumdefect. Dit kan veroorzaakt worden door een normale of vervroegde menopauze, castratie, ontstekingen of een auto-immuunproces.

Bij secundaire amenorroe moet je ook altijd aan een graviditeit denken. Stress en over- of ondergewicht kunnen uiteraard ook hier een rol spelen.

Huidige leervragen van blok 2. Beschrijf de verschillende fasen van de bevruchting van een eicel met aandacht voor de volgende begrippen: Wanneer de zaadcel na coïtus in de tuba uterina belandt, vindt capacitatie plaats. Hierbij verandert het membraan van de zaadcel, receptoren op de kop worden gedeblokkeerd. Dit is dan ook noodzakelijk om een eicel te bereiken, en dus onmisbaar voor de bevruchting. De zaadcel komt aan bij een eicel en kan dan gemakkelijk door de corona radiatia een laagje epitheelcellen om de eicel heen komen.

Verder wordt de eicel nog omringd door de zona pellucida. Deze bestaat uit 4 eiwitten. Het eiwit ZP3 bindt aan de kop van de zaadcel. Dan initieert het eiwit een acrosoomreactie. Enzymen uit het acrosoom komen hierbij vrij en breken lokaal de zona pellucida af. De kop van de zaadcel kan dan binden aan het membraan van de eicel. Dan volgt een corticale reactie van de eicel. Hierbij versmelten granulae in de eicel met het membraan. De zona pellucida verandert door de lozing van de stoffen in de granulae.

Dit heeft de zona-reactie tot gevolg. Het ZP3 wordt gemodificeerd. Hierdoor laten alle andere gebonden zaadcellen de zona pellucida los en nieuwe kunnen er niet meer aan binden. De zaadcel en de eicel fuseren.

De kern in de kop van de zaadcel kan nu de eicel binnengaan. Er zijn nu twee voorkernen in de eicel aanwezig. Dit proces heet bevruchting of syngamie. Beschrijf de opeenvolgende differentiatiestappen tijdens de vroege embryonale ontwikkeling, dwz van zygote tot en met een 2-lagige kiemschijf, met aandacht voor de volgende begrippen: Zodra de eicel- en zaadcelkern met elkaar fuseren, is er een zygote ontstaan.

Nu gaan er klievingsdelingen plaatsvinden. Dit zijn mitotische delingen, waarbij de hoeveelheid cytoplasma niet toeneemt, en dus de celgrootte van individuele cellen afneemt. Een klompje van 16 cellen noem je een morula. Deelt het klompje daarna nog een aantal keer, dan ontstaat er een blastocyste.

Deze heeft een blastulaholte, omringd met trofoblastcellen. Op één plaats stulpt een groepje cellen vanuit de trofoblast uit in de blastulaholte. Deze uitstulping heet de embryoblast.

De trofoblast scheidt dan een enzym uit, waardoor de blastocyste uit de zona pellucida kan kruipen. Dit proces heet hatching. De blastyocyste kan zich nu innestelen in de baarmoederwand. Dat proces van innesteling heet nidatie. Op dit moment bestaat de blastocyste dus nog steeds uit een blastulaholte, trofoblastcellen en embryoblastcellen.

De cellen van de embryoblast splitsen zich nu op in 2 verschillende cellagen: De hypoblast staat dus in contact met de blastulaholte. Alleen de epiblast zal bijdragen aan embryonaal weefsel.

De hypoblast zal, net als de trofoblast, extra-embryonaal weefsel worden. De trofoblastcellen differentiëren nu tot cytotrofoblastcellen of synctiotrofoblastcellen.

De laatste graven zich in het endometrium van de baarmoeder. In de epiblast ontstaat een tweede holte: Hier komt het vruchtwater in, en het embryo zal uiteindelijk door deze holte omhuld worden. De blastulaholte zal later de dooierzak worden.

Beschrijf het proces van mitose en meiose. Meiose is het proces waarbij het aantal chromosomen wordt gehalveerd. Eerst gaat een cel zijn genoom verdubbelen 4n. Tijdens de eerste meiose ontstaan uiteindelijk 2 cellen met daarin ieder 2 kopieën van paternale en maternale chromosomenparen.

Tijdens de meiose I treedt dan crossingover op en sortering. In tegenstelling tot de mitose liggen de chromosomenparen niet in een vlak maar per homoloog paar. Hierna worden 2 chromosoomparen samenweggetrokken naar een nieuwe cel. Tijdens de meiose II liggen de chromosoomparen wel in een evenaarsvlak en worden de zusterchromatiden weggetrokken door de trekdraden. Na insnoering ontstaan nu 4 haploïde cellen n met ieder 23 chromosomen.

Bij vrouwen wordt de meiose echter pas voltooid na de eisprong. Wat zijn de verschillen tussen de meiose en de mitose? Het grootste verschil tussen mitose en meiose is dat na de mitose er 2 cellen over blijven met 46 chromosomen.

De gekopieerde cellen zijn dus allebei het exacte kopie van hun voorganger. Bij de meiose ontstaat vier haploïde cellen met maar 23 chromosomen. Leg uit wanneer, waar en hoe mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen worden gevormd. Bij de mannen worden de geslachtscellen gevormd vanaf de start van de puberteit in de testis.

De eerste fase hierbij is het mitotisch delen van spermatogonia stamcellen hierdoor ontstaan 4n cellen die vervolgens de meiose ingaan. Na de meiose houdt men 4 1n-spermatiden over. Tijdens de laatste fase, spermiogenese, ontstaan de spermatozoa met alle uiterlijke kenmerken van een typerende zaadcel. Dit laatste proces wordt sterk beïnvloed door de secretieproducten van de Sertolicellen. Bij de vrouwen worden de geslachtscellen gevormd vanaf de ontwikkeling in de baarmoeder.

In de follikels vinden ontwikkelingen van de eicellen plaats. Een primaire oöcyt blijft hangen in de meiose I profase. Nadat de meiose in de puberteit weer opgang is gekomen verdwijnt een kernmembraan en is er de mogelijkheid om na deling een secundair oöcyt te vormen met een poollichaampje dat later ten gronde zal gaan. Op welke leeftijd beginnen bij de vrouw meiotische delingen? En wanneer bij de man? Wat is het verschil in tijdsduur van de meiose?

Bij vrouwen begint de eerste meiotische deling net voor of bij de geboorte. Bij mannen begint deze bij de puberteit. De meiose bij mannen spermatogenese duurt 64 dagen. Bij vrouwen is een deel van de eerste meiotische deling vanaf het vijf maanden oude embryo. Daarna duurt het tot de puberteit dat primaire oocyten de eerste meiotische deling compleet maken uit de diplotene fase komen. Aan het begin van de cyclus gaan de oocyten de tweede meiotische deling in en bij bevruchting is deze compleet uit de metafase.

Waardoor is het totale aantal meiotische delingen die tijdens het leven plaats vinden bij man en vrouw verschillend? Vrouwen moeten eerst een cyclus afmaken waarin dus een follikel per keer kan worden voltooid. Mannen moeten per dag nieuwe zaadcellen aanmaken. Deze sterven in hetzelfde tempo weer af en per ejaculatie zitten er gauw of meer zaadcellen bij.

Hoeveel zaadcellen zijn na één volledige meiotische deling gevormd? Non-disjunctie is wanneer bij de meiose de chromosomen niet goed uit elkaar gaan waarbij dus 1 dochtercel ontstaat met een trisomie en een dochtercel met maar 1 chromosoom. Dit kan gebeuren dus bij de homologe orginele chromosomen maar ook bij de ontstane dochtercellen kan nondisjunctie optreden. Beschrijf de cyclische veranderingen die zich onder normale omstandigheden in het ovarium voordoen follikelrijping, ovulatie, vorming van het corpus luteum en de in samenhang daarmee optredende cyclische veranderingen in het endometrium proliferatiefase en secretiefase en van de cervix.

Alleen bij hoog genoege FSH-spiegels kan verdere rijping van de follikel plaatsvinden. Eén follikel hiervan ontwikkelt zich tot graafse preovulatoire follikel. Deze follikel is belangrijk voor de ovulatie.

De follikel groeit en door een midcyclische LH-piek ontstaat een verhoging van AMP, waardoor de ovulatie plaatsvindt. Dit gebeurt 36 uur na het begin van de LH-piek. De follikel scheurt en de oöcyt gaat eruit. Het proces van meiose wordt weer geactiveerd. De oöcyt komt in de tuba uterina, waar bevruchting kan plaatsvinden. Na 5 à 6 dagen bereikt de cel wat inmiddels is gedeeld tot een groepje cellen de uterusholte. LH is niet alleen verantwoordelijk voor finale oöcytrijping en ovulatie, maar ook voor luteïnisatie en corpusluteumvorming.

Hierbij verdwijnt de basale membraan van de dominante follikel en er groeien capillairen en fibroblasten tussen granulosacellen. Door toename van kleine en afname van grote cellen ontstaat het corpus luteum, welke wordt ondersteund door LH.

Zonder zwangerschap begint het corpus luteum na 7 dagen af te sterven, wat na 14 dagen is voltooid. Oestrogeen- en progesteronspiegels dalen en er ontstaat een menstruatie. Door oestrogeen en progestagenen ontstaat de proliferatiefase van het endometrium waarbij het dikker wordt , gevolgd door de secretiefase waarin het receptief voor een embryo wordt.

Bij de menstruatie komt epitheel los. Oestrogeen zorgt voor aanmaak van oestrogeen- en progesteronreceptoren. Na de ovulatie stijgt de progesteronspiegel en de endometriumproliferatie stopt. Daarna ondergaat het endometrium o. Op de oppervlakte komt een laag mucus van glycoproteïne MUC Deze maakt het onmogelijk dat het embryo ergens anders dan op het implantatiegebied plakt.

Gebeurt er geen innesteling, dan zal het endometrium worden afgestoten. In de cervix zorgen oestrogenen voor slijmproductie, vooral kort voor de ovulatie. Dit slijm is makkelijk penetreerbaar voor spermatozoa. Ook kunnen in de cervixcripten spermatozoa een aantal dagen overleven.

Na de ovulatie wordt het slijm door progesteron taai en ondoordringbaar voor spermatozoa. Noem de belangrijkste endocrien actieve stoffen van de hypothalame — hypofysaire gonadale — as, en beschijf hun functie. Het wordt pulsatiel afgescheiden en stimuleert synthese en afgifte van LH en FSH tenzij het continu wordt afgegeven, dan worden die juist minder afgegeven.

Stijgt tijdens folliculaire fase. Controle van follikelontwikkeling en oestrogeenproductie. Een piek induceert ovulatie. Luteïnisatie en corpus luteumvorming. Daalt tijdens folliculaire fase door stijging van inhibine. Controle van follikelontwikkeling bij daling wordt een dominante follikel geselecteerd en oestrogeenproductie.

Proliferatie en secretiefase van endometrium. Meer oestrogeen- en progestronreceptoren. Slijmproductie vlak voor ovulatie in cervix. Ze kunnen follikelatresie induceren. Geeft endometrium juiste samenstelling voor grootste kans op innesteling.

Maakt het slijm in de cervix na ovulatie taai en ondoordringbaar. Remt de hypofysaire afgifte van FSH en stimuleert lokaal E2-productie. Hoe vindt de selectie van de dominante follikel plaats uit een groeiende cohort van follikels tijdens het proces van follikelrijping in de folliculaire fase van de menstruele cyclus. Wanneer de FSH-spiegels onder een bepaalde waarde dalen, wordt de rijpste follikel uit het cohort als dominante follikel gekozen.

De gevoeligheid voor FSH-stimulering wordt bij deze follikel verhoogd, door groei- en differentiatiefactoren. LH stimuleert de aromataseactiviteit van granulosacellen van de dominante follikel. Wat verstaat men onder het twee cellen-, twee gonadotrofinen-concept. Bij dit concept zijn twee celtypen thecacellen en granulosacellen en twee gonadotrofinen LH en FSH betrokken.

Hierbij wordt de thecacel door LH gestimuleerd om cholesterol om te zetten in androsteendion en testosteron. Vervolgens worden in de granulosacellen androsteendion en testosteron omgezet in oestron en oestradiol onder invloed van FSH. Beschrijf de betekenis van het proces van follikel atresie en geef aan a welke follikels dit lot ondergaan, en b waardoor dit proces wordt geïnduceerd. Atresie is degeneratie van follikels die niet geselecteerd zijn voor de ovulatie. Atresie van follikels vindt plaats onder invloed van een te lage FSH-waarde, waardoor de follikels niet meer door zullen rijpen.

Deze follikels gaan dan in atresie, met uitzondering van de dominante follikel die gevoeliger is voor FSH-stimulatie. Verklaar het feit dat doorgaans slechts één follikel geselecteerd wordt tijdens het proces van follikelrijping voorafgaand aan de ovulatie.

Dit is om het voortbestaan van de species zoveel mogelijk te waarborgen. Eerst is er de primordiale periode, een oöcyt in rust.

Dit is de profase van de eerste meiotische deling. Hiervan zijn 7 miljoen cellen. In de 20 week van de zwangerschap. Dan worden de granulosacellen cuboïdaal en de oöcyt ondergaat geringe veranderingen. Nu heet het de primaire follikel. De granulosacellaag wordt dan meerlagig en er is een secundaire follikel ontstaan. Deze migreert naar de medulla, waar thecacellen gevormd worden. Er ontstaat een antrum met geslachtssteroïden, gesynthetiseerd door granulosacellen.

De follikel groeit sterk en wordt een tertiaire follikel. Hierna gaan die hormonen wel een belangrijke rol spelen. Beschrijf het lot van een tertiair Graafs follikel na de ovulatie, a wanneer de geövuleerde eicel wordt bevrucht en b wanneer de geövuleerde eicel niet wordt bevrucht. De granulosa- en thecacellen gaan nu lutheiniseren.

Het graafs follikel vormt nu het gele lichaam dat progesteron gaat produceren. Indien de oöcyt bevrucht wordt produceert het choriongonadotropinen die het gele lichaam onderhouden. Atresie wordt geinduceerd door androgenen die geproduceerd worden door de thecacellen van het corpus luteum onder invloed van LH.

Beschrijf de lichamelijke veranderingen die samenhangen met de puberteit en geef de volgorde aan waarin deze optreden. Puberteitsontwikkeling omvat de groei en ontwikkeling van de gonaden en van de inwendige en uitwendige geslachtsorganen.

Bij vrouwen zijn de eerste ontwikkelingen vaak die van de borsten en bij mannen zijn dat de testes die gaan groeien. Bij de vrouwen treden daarna veranderingen op in de vulva, vagina en uterus en uiteindelijk de pubis- en okselbeharing. Ook groeit de corpus uterus, begint de vrouw cervicale slijm af te scheiden en verandert de vetverdeling op het lichaam. Bij mannen volgt de groei van de penis, de pubis- en okselbeharing en lengtegroei.

Hiernaast gaan vanaf een bepaalde tijd ook de stem veranderen en de vrije vetmassa meer spieren neemt toe. Beschrijf de ontwikkelingsstadia volgens Tanner mammae en beharingspatroon. Verdere welving van de mamma; voortgezette vergroting van de diameter van de areola; eerste duidelijke vrouwelijk mammavorm. Toenemende verafzetting; de areola vormt een secundaire verheffing boven het niveau van de borst; de verheffing zou bij ongeveer de helft van de meisjes voorkomen en soms blijven bestaan in de volwassenheid.

In de Leidraad wordt alleen uitleg gegeven over spellingkwesties die onder het ministeriële besluit vallen, dus niet over bijvoorbeeld de schrijfwijze van getallen in woorden. De behandeling van de verschillende onderdelen is zo gedetailleerd als de besluitvorming van het Comité van Ministers toelaat. Er worden bijvoorbeeld geen regels gegeven voor de schrijfwijze van samengestelde werkwoorden los of aan elkaar.

Voor een goed begrip van de spelling is het noodzakelijk onderscheid te maken tussen klanken en letters. In het vervolg van deze Leidraad wordt een klank genoteerd tussen twee schuine strepen. De standaardtaal, het Algemeen Nederlands, kent een veertigtal klanken. De klanken worden onderscheiden in klinkers en medeklinkers. Klinkers zijn klanken waarbij de lucht ongehinderd door de mond naar buiten komt: Medeklinkers zijn klanken waarbij de lucht niet ongehinderd door de mond naar buiten kan.

Verder komen vier gedekte klinkers ook voor als neusklinker in aan het Frans ontleende woorden en zijn er nog zeven «onechte tweeklanken». Met de benaming «gedekte klinkers» is bedoeld dat deze klinkers gevolgd «gedekt» worden door een medeklinker in dezelfde lettergreep 1.

De gedekte klinkers komen namelijk vrijwel alleen in gesloten lettergrepen voor, dat wil zeggen in lettergrepen die eindigen op een medeklinker: Alleen in tussenwerpsels zoals hè staat een gedekte klinker in een open lettergreep een lettergreep die eindigt op een klinker.

Vergelijk raak en raar , roek en roer. Met de benaming «vrije klinkers» is bedoeld dat ze «vrij» kunnen voorkomen, dat wil zeggen niet alleen in gesloten lettergrepen zoals koek en keus , maar ook in open lettergrepen zoals koe en keu. Deze klinker wordt ook wel sjwa genoemd. Bij zuivere tweeklanken gaat het niet om een combinatie maar om een vermenging van klinkers.

De twee klinkers zijn niet apart hoorbaar. Bij onechte tweeklanken gaat het niet om een vermenging maar om een combinatie van klinkers. De klinkers blijven apart hoorbaar. Deze worden onderverdeeld in plofklanken, wrijfklanken, neusklanken, vloeiklanken en glijklanken. Daarnaast kent het Nederlands, voornamelijk in woorden van vreemde herkomst, zes gemengde medeklinkers.

De plof- en wrijfklanken worden verder onderverdeeld in stemloze en stemhebbende. Bij een stemloze medeklinker trilt de stemband niet mee, bij een stemhebbende wel. Deze klanken worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht met een plofje uit de mond komt. Deze klanken worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan een lichte wrijving ontstaat door een vernauwing in de mondholte. Deze stemhebbende ruisklank komt alleen vóór klinkers voor. Deze worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht door de neus naar buiten komt.

Deze worden zo genoemd omdat bij het vormen ervan de lucht gelijkmatig langs de tong vloeit. De spelling van het Nederlands is gebaseerd op drie beginselen en twee regels voor het verdubbelen en verenkelen van tekens.

Een woord wordt gespeld met de klanken die hoorbaar zijn in de standaarduitspraak van het woord. Het Nederlands kent lope , loopm en lopen ; de standaarduitspraak is lopen. Hoewel het begrip «standaarduitspraak» niet precies gedefinieerd kan worden, geeft het in de praktijk nauwelijks problemen. Er zijn slechts weinig gevallen waarin spellingdeskundigen van mening verschillen. Wel zijn er enkele verschillen tussen het Noordnederlands en het Zuidnederlands. In deze en soortgelijke gevallen worden beide varianten als standaard beschouwd.

Het basisbeginsel van de standaarduitspraak wordt ingeperkt door de volgende twee beginselen. In ac t ie schrijven we geen s maar een t vanwege actief , enz. Op het beginsel van vormovereenkomst bestaan tal van uitzonderingen.

Hier slechts enkele voorbeelden. Wij schrijven paar d vanwege paarden , maar wij schrijven geen hui z vanwege huizen of wer v vanwege werven. In de schrijfwijze van een woord wordt rekening gehouden met historische ontwikkelingen. In hij zei horen we tweemaal dezelfde ei-klank. Vroeger verschilden deze klanken echter. Dit historische verschil is in de spelling bewaard gebleven. Volgens het beginsel van etymologie schrijft men ook r ou w advertentie en r au w kost ; vroeger verschilden deze woorden in uitspraak.

Naast de beginselen zijn nog twee regels van kracht. Deze vloeien voort uit de omstandigheid dat er minder letters zijn dan klanken. Wij hebben in feite 22 tekens. Van de 26 letters van het alfabet zijn er strikt genomen vier overbodig: Met deze 22 tekens moet ongeveer het dubbele aan klanken worden genoteerd. Vandaar dat één letter soms wel drie klanken symboliseert, zoals in w e l e d e l of b e dst e d e.

Vooral bij de notatie van klinkers is het tekort aan tekens erg groot. Het aantal tekens is uitgebreid door verdubbeling en verenkeling. Een enkele medeklinker tussen twee klinkers, waarvan de eerste gedekt is, wordt verdubbeld: Verwarring met gedekte klinkers is hier niet mogelijk omdat deze alleen in gesloten lettergrepen en enkele uitroepen voorkomen zie paragraaf 2.

Dit soort verschillen wordt in de spelling niet weergegeven. Het beginsel van vormovereenkomst kent een aantal uitzonderingen. De belangrijkste zijn de volgende. Het gaat hier onder andere om beeltenis ondanks beelden , wijselijk ondanks wijzen. Goese , Parijse , wijste , friste maar wel fietsster want hier gaat het om het achtervoegsel -ster. In een enkel geval zijn er verschillende vormen waarop de vormovereenkomst kan worden gebaseerd, bijvoorbeeld bij woorden als lei d draad of rij d dier.

Naar analogie van leiband en rijbroek wordt in deze woorden de eerste d niet geschreven. Het basisbeginsel van standaarduitspraak wordt ingeperkt door het beginsel van etymologie.

Ook nou en het persoonlijk voornaamwoord jou krijgen geen w. In de volgende woorden staat voor de ch een gedekte klinker: Het is dus spio nne n maar spio ne ren en spio na ge; vergelijk ook statio nne tje en statio ne ren.

Toch wordt hier de medeklinkerletter verdubbeld. Daarom wordt in Hilversummer de m verdubbeld en in Bussumer niet. Deze wordt met een enkel teken geschreven: Daarom staan hier niet de enkele maar de dubbele tekens: Bij afbreking is de lettergreep weer open: Zo kan onderscheid gemaakt worden tussen me en mee , ze en zee , we en wee. Deze regel geldt ook voor woorden op -ee in samenstellingen 2 en afleidingen 3: Goereese krijgt een ee vanwege Goeree , maar Canadese krijgt één e omdat het grondwoord niet eindigt op -ee.

In uitheemse woorden als farizeeër en Pyreneeën wordt de grondvorm geacht te eindigen op -ee. Uitzondering volgens het beginsel van etymologie zijn woorden als emir en fakir en het achtervoegsel -isch. Uitzondering volgens het beginsel van etymologie zijn uitheemse woorden als taxi , ski , macaroni , en Latijnse maandnamen januari , enz.

Zie voor uitheemse woorden paragraaf 6. De regels zijn niet van toepassing op samenstellingen waarvan het eerste deel als afzonderlijk woord al op -en eindigt: De regels zijn evenmin van toepassing op samenstellingen met een oude naamvals-n. Deze n blijft behouden:. Het is dus agentenuniformrokje. Het is dus ambtenarencentrale , artikelenbundel , directeurenoverleg. In de volgende gevallen wordt geen -n- geschreven.

Het eerste deel verwijst naar een persoon of zaak die in de gegeven context enig is in zijn soort: Het eerste deel heeft een versterkende betekenis en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord: Het eerste deel is een dierennaam en het tweede deel is een plantkundige aanduiding: Het eerste deel is een lichaamsdeel en het geheel is een versteende samenstelling: Een van de delen is niet meer herkenbaar als afzonderlijk woord in de oorspronkelijke betekenis: Het eerste deel is een zelfstandig naamwoord dat geen meervoud heeft: Het eerste deel is een zelfstandig naamwoord dat alleen een meervoud op -s heeft: Het eerste deel is een bijvoeglijk naamwoord: Het eerste deel is een werkwoord: Op grond van uitspraakvariatie behouden vele woorden twee gelijkwaardige spellingen.

Voor het gebruik van het afbreekteken gelden de volgende regels, in de aangegeven volgorde. Zie echter regel [3] voor samenstellingen van Griekse en Latijnse herkomst. Een tussenletter blijft bij het eerste deel. Zie echter regel [3] voor afleidingen van Griekse en Latijnse herkomst. In deze gevallen gaat één medeklinkerletter mee naar de volgende regel. Het achtervoegsel -achtig krijgt geen medeklinkerletter mee.

Het is dus geel-achtig , maar ge-lig. Het achtervoegsel -aard krijgt geen medeklinkerletter mee. Het is dus laf-aard , wreed-aard ; niettemin: Als het grondwoord eindigt op een medeklinkerletter plus st , dan gaat st mee naar de volgende regel: Uitzonderingen zijn hier de woorden op -ine en -ade: Dus niet mon-archie maar mo-narchie , niet pan-orama maar pa-norama , niet red-igeren maar re-digeren , niet re-spect maar res-pect.

Vergelijk bio-sfeer en bios-coop , trans-actie en tran-sept. Zie voor andere voorbeelden paragraaf 2. Dit geldt ook voor woorden die onderdeel zijn van een samenstelling of afleiding. Er mag geen onwelgevormd spellingbeeld van het eerste deel ontstaan.

De afbreking mag geen aanleiding geven tot een andere uitspraak, dus niet reg-lement maar re-glement , niet pis-tool maar pi-stool , niet rec-lame maar re-clame. Het tweede deel moet uitspreekbaar blijven: De verkleiningsuitgang -kje wordt als uitspreekbaar beschouwd: De combinaties st en sp worden afgebroken na de s: De combinatie ch telt als één medeklinker: De combinatie ng telt als twee medeklinkers: Voor en na de x tussen klinkers wordt niet afgebroken, niet ex-amen maar exa-men , niet ex-otisch maar exo-tisch.

Als de zin met een apostrof of ander teken begint, krijgt het tweede woord een hoofdletter. Hare Majesteit, de Koningin, de Staatssecretaris , maar De president was oververmoeid. Het voorzetsel of lidwoord krijgt een hoofdletter als er geen naam of voorletter aan voorafgaat. In Vlaanderen behouden lidwoorden en voorzetsels van persoonsnamen altijd hun originele schrijfwijze.

Jan, mevrouw De Jong, A. Dit geldt ook voor samenstellingen en afleidingen. Regel [4a] laat enige vrijheid, omdat men van mening kan verschillen over de vraag of de persoonsnaam nog als zodanig fungeert. Deze regel is ook van toepassing op namen van hemellichamen en namen van gebouwen en vervoermiddelen.

Regel [5b] laat enige vrijheid, omdat men van mening kan verschillen over de vraag of de aardrijkskundige naam nog als zodanig fungeert. Koninginnedag , Pasen maar paasnacht , Hemelvaart maar hemelvaartsdag , de Middeleeuwen maar middeleeuws , de Tweede Wereldoorlog , oudejaarsavond.

Dit geldt ook voor de aanhangers van deze stromingen. Nederlandse Spoorwegen, Comité Oranjefeesten. Volg hier de door de instantie zelf gebruikte schrijfwijze: Wel krijgt afgekorte titulatuur een kleine letter, met punt: Veelgebruikte afkortingen krijgen doorgaans kleine letters zonder punten: Afkortingen van wetten en regelingen worden echter met hoofdletters geschreven: Eerste-Kamerzitting, Rode-Kruispost , basiswoorden-boek, basis-woordenboek.

Bij de voorvoegsels ex- , loco- en pro- gaat het alleen om de betekenissen «voormalig», «plaatsvervangend» en «voorstander». Voorvoegsels als anti , co, des, duo en sub komen echter doorgaans direct aan het woord vast. Het gaat hier om de volgende veertien lettercombinaties: Deze uitgangen krijgen dus geen trema: Het is dus niet naäpen maar na-apen , niet toeëigenen maar toe-eigenen , niet zeeëgel maar zee-egel.

Een uitzondering vormen de samengestelde telwoorden; deze krijgen wel een trema: Soms is het moeilijk uit te maken of een woord een samenstelling of afleiding is. Dit geldt in het bijzonder voor woorddelen als bio- , macro-, micro- , mini-, multi- en neo-. Woorden zoals de volgende krijgen geen trema maar een streepje: Sombermans probleem, Annettes vraag, Aimés antwoord, Argentiniës economie, Kinseys onderzoek. Strijbosch' huis, Smits' gelijk, Alex' buren, Strausz' voorouders, Bush' presidentschap, Velasquez' werken.

De i wordt in deze positie geschreven als ie. Als de klank met meer dan één letter wordt weergegeven, krijgen de eerste twee letters een accentteken. Het beginsel van etymologie zie paragraaf 3.